Posts tonen met het label schrijvers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrijvers. Alle posts tonen

vrijdag 8 augustus 2025

Patsers en paarden

fotograaf (mij) onbekend

Twee deftige dames te paard in Katwijk. Foto uit de jaren 30, 40 misschien. Dorpsjeugd kijkt toe, en wat mannen met een pet. Waarschijnlijk geen alledaags tafereel op deze plek. Werkpaarden genoeg, maar rijpaarden waren er natuurlijk alleen voor de (zeer) rijken. De dames zijn keurig gekapt en dragen dure en correcte rijkleding.

Ergens in de jaren zestig gingen boeren met vrije tijd ineens ook wat op hun werkpaard zitten. Voornamelijk mannen natuurlijk. Zo zijn uiteindelijk ook de rijverenigingen ontstaan. Tegenwoordig lijkt de paardenwereld gedomineerd door vrouwen.

Het elitaire imago van paardrijden is hardnekkig, maar de afgelopen decennia toch ook wel veranderd. Dat gold kennelijk nog niet voor de generatie van schrijver J.J. Voskuil (1926-2008). In het laatste deel van Het Bureau staat een mooi voorbeeld daarvan. Voskuils alter ego Maarten Koning wandelt met zijn vrouw Nicolien bij het strand van Noordwijk. Ze ontfermen zich over twee besmeurde zeekoeten, olieslachtoffers. Maarten voelt zich uitgelachen door “drie canailleuze vrouwen op paarden”, waarvan de jongste informeert of dat van de teer komt, die vogels?Maarten kan haar niet uitstaan, en het “zou hem niet verbazen als haar vader van die teer profiteerde, in ieder geval indirect”. Want ja, alleen een olie- of havenbaron kan zich natuurlijk een rijpaard veroorloven. Een kostelijke scene en heel erg Voskuil, want doorheen het hele Bureau geven Maarten en vooral Nicolien uiting aan hun afkeer van ‘patsers’.

donderdag 7 april 2022

Wim Sonneveld en Bommel

Beste kinderen in de zaal
Jullie kent ons allemaal 


Een jonge Wim Sonneveld heeft in de oorlogsjaren 40-45 Ollie B. Bommel gespeeld in kindertoneelstukken. Ik lees het in de biografie van Hella S. Haasse door Aleid Truijens. Sonneveld (toen 25) vroeg in 1942 aan Haasse (24) of zij Tom Poes teksten wilde schrijven voor het Tierelantijn Tooneel, dat hij met zijn vriend Huub Janssen had opgericht. Daar kijk ik van op, want Marten Toonder vermeldt niets hierover in zijn autobiografie. Wim Hazeu noemt het zijdelings in zijn Toonderbiografie, maar zo kort dat ik er kennelijk overheen gelezen heb. Nu wil ik graag het naadje van de kous weten, maar de boeken van Hazeu en Truijens spreken elkaar tegen en op internet is er niet veel over te vinden, alleen De Parelduiker geeft wat informatie.
 

Het zit waarschijnlijk zo: 

Het Tierelantijn Tooneel was speciaal opgericht voor het opvoeren van de Tom Poes toneelstukken, met voorstellingen geïnspireerd op de strips van Marten Toonder, die in de Telegraaf verschenen vanaf 16 maart 1941. Deze eerste stripverhalen waren echt voor kinderen bedoeld. De toneelverhalen zijn aparte titels, niet gebaseerd op de krantenstrips. Van de eerste vijf toneelstukken is onduidelijk wie ze geschreven heeft. Marten Toonder zelf? Hazeu noemt diens broer Jan Gerhard als (mede)auteur. Truijens zegt dat Huub Janssen de teksten bewerkte. Hella Haasse schreef in ieder geval nummer zes De Toovertaart, en vrijwel zeker ook nummer zeven en acht. Zij zegt zich alleen De Toovertaart te herinneren, maar waarschijnlijk is dat een vergissing, want de betreffende programmaboekjes vermelden haar als auteur. 

Haar biografe Aleid Truijens noemt Haasses verklaringen na de oorlog ‘enigszins cryptisch’ en ‘toch wel vreemd’, en suggereert (ietwat vals) dat Hella misschien liever niet meer wilde weten dat ze in 1943 en 1944 voor het Nederlandse toneel en theater geschreven had. Wie in de bezettingsjaren doorwerkte, moest zich namelijk aangemeld hebben voor de Kultuurkamer (iets wat Marten Toonder ook altijd weer wordt nagedragen). Hella Haasse, die ook als actrice doorspeelde, had niet persoonlijk getekend voor de Kultuurkamer. De gezelschappen waar zij voor werkte waren collectief lid, en zo indirect ook alle eraan verbonden medewerkers. Sonneveld was daar nooit geheimzinnig over. Hij vond het theater een noodzakelijke afleiding voor het publiek in tijden van grote onzekerheid.
 
Wim Sonneveld verkoopt kaartjes

Hella Haasse ging vanaf 1943 ook teksten schrijven voor zijn cabaretgroep, zij bleef de huisschrijfster tot 1947. Op 1 februari 1944 was de première van de cabaretrevue Sprookjes. Hazeu vermeldt dat Toonder persoonlijk was uitgenodigd door Sonneveld, maar niet kon komen vanwege de slechte toestand van zijn vrouw Phiny. Hella mocht Wim Sonneveld graag. Volgens haar dochter was zij zelfs verliefd geweest op Sonneveld. Maar die was, zei ze, ‘niet zo geïnteresseerd in vrouwen in het algemeen’. Hij zou haar wel ten huwelijk hebben gevraagd, ‘een praktisch vriendschapshuwelijk’. Maar dat vond Hella toch niet zo’n goed idee.
 

Wim als ouvreuse

Wim Sonneveld regisseerde acht Tom Poes stukken:
 

1.   De avonturen van Tom Poes (première 1941)
2.   Tom Poes gaat zwerven (1942)
3.   Tom Poes en de Tooverbril (1942)
4.   Tom Poes en de Sprekende Koe (1942)
5.   Tom Poes en de Betooverde Prins
6.   Tom Poes en de Toovertaart (1943)
7.   Tom Poes en de Verdwenen Kroon (1944)
8.   Tom Poes en de Japanse Toovenaar 

Er zijn geen teksten bewaard gebleven en ook over de toneelstukken zelf is niet veel bekend. Informatie en foto’s komen uit de plakboeken van Wim Sonneveld, nu in het archief van het Theaterinstituut Nederland (TIN). Volgens Sonneveld waren de voorstellingen een groot succes, ‘het liep storm’. Hij deed de kindervoorstellingen 'erbij', overdag. Alle acteurs waren twintigers, en sommigen zijn later beroemd geworden, o.a. Dick Swidde, Joeki Broedelet (de moeder van Remco Campert) en Albert Mol. Hella Haasse heeft zelf ook één keer de rol van Tom Poes gespeeld, als vervanger. Wim Sonneveld speelde Ollie B. Bommel alleen in de eerste vier stukken, daarna was hij het warme bommelpak zat. Kees Brusse en André Carrel (vader van Rudi) nemen het dan over. 

Alle afb uit plakboeken Wim
Sonneveld, archief TIN



bronnen:
Aleid Truijens
Leven in de verbeelding; Hella S. Haasse 1918-2011
Querido 2022, 1e druk 

Wim Hazeu
Marten Toonder; Biografie
De Bezige Bij 2012, 1e druk 

Jos van Waterschoot
De Parelduiker 2006

zondag 6 maart 2022

Paustovski en Kiev

Paustovski (links) als gymnasiast in Kiev

Bij Kiev denk ik tegenwoordig onmiddellijk aan belegering, verzet en Russische terreur. Maar ‘vroeger’ (tot zo’n week of twee geleden) ging mijn eerste gedachte uit naar Konstantin Paustovski, een van mijn meest favoriete schrijvers. Wat zou hij van de huidige situatie gevonden hebben? Paustovski (1892-1968) is dan wel in Rusland geboren, maar hij heeft vele jaren (vooral die van zijn jeugd) in Kiev gewoond. Daar heeft hij mooi en met liefde over geschreven, bijvoorbeeld in
De romantici en zijn autobiografie Verre jaren. Het is weer bijna lente. Paustovski beschrijft er een in Kiev: 

"De lente in Kiev begon met het buiten de oevers treden van de Dnjepr. Zodra je even buiten de stad de Vladimirberg op ging, strekte zich een blauwige waterzee voor je ogen uit. Maar behalve door de Dnjepr werd de stad ook overstroomd met stralend zonnelicht, frisheid en een warme, geurige wind. Op de Bibikovskiboulevard kregen de piramidepeppels kleverige blaadjes. In de straten eromheen hing een geur van wierook. Uit de takken van de kastanjes piepten de eerste doorzichtige, verfrommelde blaadjes, bedekt met rossig dons. Pas als in de kastanjebomen gele en roze kaarsen begonnen te bloeien, was het volop lente. Uit de eeuwenoude tuinen drongen frisse koelte, de vochtige adem van jong gras en de ritseling van pas ontvouwen blaadjes in vlagen de straten binnen. Het was in de lente zo heerlijk in de stad dat ik niet begreep waarom mamma op zondag nou absoluut met ons naar het platteland moest." * 

Prachtig! Of mogen we dit nu ineens ook niet meer lezen? Is Russische literatuur ‘fout’? Museum Hermitage Amsterdam werd ineens gesloten, en wat dacht je hiervan: 

Men heeft hier duidelijk de neiging om te ver door te schieten. Persoonlijk denk ik dat je kunst en cultuur, waarvandaan ook, juist moet koesteren als je nog enig vertrouwen in beschaving en mensheid wilt behouden. Dat is de schoonheid en de troost. 

Woorden van dergelijke strekking vind je ook in de ‘open brief’ van de Russische schrijver Michail Sjisjkin, onder andere gepubliceerd in NRC. Sjisjkin woont al jaren in ballingschap in Zwitserland. Hij benadrukt: Poetin is Rusland niet. Dictators verdwijnen, terwijl de cultuur verder leeft. Toch ziet ook hij de toekomst van Rusland somber in. Lees het HIER. 


*Konstantin Paustovski
  Verhaal van een leven I
  Van Oorschot, 2017

vrijdag 25 februari 2022

Jean Dulieu op flexidisc


In november 1981 kregen de leden van het Stripschap dit grammofoonplaatje in de brievenbus. Het bevat een live opname van het dankwoord van Jean Dulieu (pseudoniem van Jan van Oort) nadat hij de Stripschapprijs kreeg uitgereikt, tijdens de Strip-2-daagse in Het Turfschip in Breda. Op 20 september 1981, om precies te zijn. 

Een dankwoord is vaak wat droog en saai, maar dat is nu absoluut niet het geval. Jean Dulieu was de geestelijk vader van Paulus de boskabouter, en voert hier zijn belangrijkste zes personages op in een soort mini-hoorspel. Hij doet zelf alle stemmen. 

Het plaatje (oplage 2000 ex.) is een zogenaamde flexidisc. In de jaren 60 en 70 kreeg je die wel eens meegestuurd met een tijdschrift. Het is slap materiaal, dus minder breekbaar dan vinyl, maar daardoor wel weer moeilijker om af te spelen. Dat kon je dan eventueel oplossen door de flexidisc op een gewone (harde) single te leggen.

Het dankwoord kun je nu ook op YouTube bekijken,  HIER. 

Dulieu heeft duidelijk pret bij de stem van Eucalypta. Dat is ook mijn favoriet.

dinsdag 11 januari 2022

Eind van de regenboog


Dit heb ik nog niet eerder gezien, geloof ik. Het eind van een regenboog! Het kan dus wel. Alle regenbogen die ik tot nu toe heb waargenomen begonnen en eindigden ergens op een vage plek, ergens in de verte. Buiten mijn blikveld in ieder geval.
 



Fietsend tussen velden in de omgeving van Noordwijk, gaan mijn gedachten naar Marten Toonder, die ook gefascineerd was door dit natuurverschijnsel. Maar hij ging nog een grote stap verder, door te beweren dat je in het uiteinde van een regenboog kan staan. Hij had daar discussies over met zijn broer Jan Gerhard, die stelde dat dit onmogelijk is, want gezichtsbedrog. Als je dichterbij komt, gaat de regenboog achteruit. 

Maar Marten hield bij hoog en laag vol dat het kon. In het slothoofdstuk van zijn autobiografie*  beschrijft hij een topervaring uit 1965. Met zijn vrouw Phiny reed hij door een verlaten gebied in Ierland. Na een chaotische periode, inclusief hun emigratie, was het echtpaar toe aan een kort reisje. De regen drukte de stemming niet, want ze hadden allebei het gevoel van een nieuw leven dat hier begon, en op deze tocht waren er meer regenbogen dan ze ooit gezien hadden. Phiny is vol ontzag en noemt het omens die geluk brengen. “En aan het einde ligt een schat”, voegt ze toe, “een gift van de Shee of van de goden”. 

Ze komen dicht bij een regenboog, die zich niet terugtrekt, maar juist sterker wordt. En na een bocht om een hoog rotsblok heen staan ze plotseling in een kleurenzee die een einde aan alle twijfels maakt. Ze springen uit de auto, die nu alle kleuren van de regenboog vertoont. Net als zij zelf. “Phiny was blauw, overgaande in groen, en ik was groen en geel en vreemd opgewonden. Dat gevoel was bij ons allebei zó sterk dat we geen woord hebben gezegd”. 

Een mooi slot van het boek (Toonder heeft dan nog veertig jaar te gaan), een spirituele ervaring, maar voor Marten “realiteit en tegelijk één van Phiny’s wonderen”. Even overweeg ik hier ook het veld over te steken voor een experimentele dip in het licht. Maar gezien het weer, het terrein en mijn schoenen, besluit ik de illusie in stand te houden. Dat is sowieso meestal leuker. 


*Marten Toonder
  Onder het kollende meer Doo
  De Bezige Bij, 1996

zondag 12 december 2021

Marten Toonder en Zuivelman

Laatst heb ik de biografie en autobiografie van Marten Toonder herlezen. Het leek me leuk om zijn geboorteakte eens op te zoeken in het Stadsarchief van Rotterdam. Dat kan tegenwoordig heel gemakkelijk digitaal. 


In het geboorteregister van 1912 lees ik hoe op 2 mei de stuurman Marten Toonder (senior dus), 32 jaar, verklaart dat om 6 uur des voormiddags bij hem thuis in de Thorbeckestraat 28 een jongen is geboren, die Marten genaamd zal worden. Getuigen bij deze aangifte zijn een gemeenteklerk met de achternaam Rikkert, en een rijkszuivelvisiteur Van Welt. 

Rijkszuivelvisiteur? Wat is dat, en wat doe hij daar bij het loket geboorteaangiften? Het is geen gemeenteambtenaar, want “rijks”. Heeft hij misschien ook een geboorte aan te geven? Of hing hij toch ambtshalve op het gemeentehuis rond? Elders lees ik dat zo'n rijkszuivelvisiteur te maken had met de zuivelinspectie in Nederland. Dat was nodig voor een behoorlijke handhaving van de Boterwet uit 1889, die de fabricage en verkoop van boter reguleerde. Blijft toch de vraag: wat doe die man op het stadhuis van Rotterdam? 


In het archief kan ik ook de registratiekaart van het gezin Toonder bekijken. Vader, moeder, Marten en zijn broer Jan Gerhard staan erop vermeld. Bovenaan de kaart staat het woord vuurwapen gestempeld. Wat betekent dat? Een vuurwapen in huize Toonder? Dat kan te maken hebben met het werk van Marten sr. In 1914 was hij gezagvoerder bij de koopvaardij. Ook nu nog mag de kapitein van een koopvaardijschip zichzelf bewapenen tegen zeerovers (en muiters?).


Maar in principe mocht in die tijd iedereen in Nederland een vuurwapen bezitten. Door een maas in de wet was dat vrij. Pas toen de angst voor een communistische omwenteling ging opspelen, greep de minister van Justitie in. De vuurwapenwet van 1919 legde burgers strengere beperkingen op.* 

*Historisch Nieuwsblad 12/2019

zondag 5 december 2021

Sint en Maarten

Maarten ’t Hart heeft aan veel dingen een hekel. Als je z’n boeken kent, kun je er zo een lijstje van maken. Altijd hetzelfde, en meestal gaat hij er flink over tekeer. Popmuziek bijvoorbeeld, of beter gezegd alle niet-klassieke muziek, is “gedegenereerde rommel” en “doodzonde van de tijd”. Het drie oktoberfeest in Leiden (ooit de woonplaats van ’t Hart) vindt hij ook niets: “De hele dag hoempamuziek en lawaaierige mensen voor je huis”.

In Een deerne in lokkend postuur, zijn persoonlijke kroniek van 1999, lees ik onder 17 november een tirade over sinterklaas: “…reed ik langs een groezelig pakhuisje waarin twee draaiorgels, dwars tegen elkaar in, sinterklaasliedjes oefenden. De goedheilig man komt er weer aan! Alleen ziekte en oorlog zijn erger. Dood niet want dan hoef je die afschuwelijke liedjes nooit meer te horen. Vanaf half november tot 6 december het land uit naar een oord waar ze nog nooit van die gemijterde ellendeling hebben gehoord – dat zou misschien een oplossing zijn.” Dat is duidelijk. Maar een dag later, op 18 november, komt hij toch nog met een milde anekdote: “Op het lab werkte een secretaresse, Pauline, die mij vertelde dat ze een keer Zwarte Piet was geweest. Direct na haar optreden was ze zonder af te schminken met Sinterklaas naar bed gegaan. Misschien dat het op die manier nog net dragelijk is.” 

Maarten ‘t Hart
Een deerne in lokkend postuur
Arbeiderspers, 2000

dinsdag 8 december 2020

De Biezen


Sommige boekjes vind ik naar verhouding te duur voor hun geringe omvang, maar toch ook te charmant en onweerstaanbaar om te laten liggen. Dat overkwam me eerder met het brievenboekje van Remco Campert en Kees van Kooten, en nu dus met De Biezen.

De Biezen is een vriendenboekje van Mensje van Keulen en Maarten ’t Hart, met herinneringen aan Maarten en Eva Biesheuvel. Maarten overleed 30 juli jl., Eva eind vorig jaar. Ze waren zestig jaar onafscheidelijk.

Foto uit De Biezen

De bijdragen van Mensje van Keulen vind ik het mooist. Je proeft hoe zij meeleeft met Eva, die heel wat te stellen had met haar Maarten, vaak een ongeleid projectiel. Maarten ’t Hart daarentegen heeft het voornamelijk over zichzelf. Hij noemt het (nu ineens) een mythe, dat Biesheuvel en hij een paar jaar met elkaar gebrouilleerd zijn geweest. Daar was ‘geen sprake van’, Sunny Home werd door hem gemeden omdat hij bang was voor de hond Kippie. 

Ook de rivaliteit tussen beide Maartens komt aan de orde. ’t Hart schreef makkelijker en veel meer. Hij haalde enorme oplagen, maar Biesheuvel kreeg de P.C. Hooftprijs. Daar mocht hij ’t Hart graag mee plagen.

Foto's uit De Biezen

De Biezen is een leuke aanvulling op Biesboek, er staan veel foto’s in. Het boekje is niet overal verkrijgbaar.

De Biezen
Mensje van Keulen en Maarten ’t Hart
Sunny Home, 2020
84 blz.

Eva, door Siegfried Woldhek, op achterflap

zondag 25 oktober 2020

Sunny Home Biesheuvel te koop

Foto: Volkskrant

Dit jaar overleed Maarten Biesheuvel, zijn vrouw Eva al in 2018. Op dit moment staat hun houten huisje in Leiden te koop op Funda. 

Foto: Funda

Het huis Sunny Home uit 1920 komt in veel verhalen van Maarten Biesheuvel voor. Hier staat het op de cover van Godencirkel (1985) afgebeeld.


Uit Biesboek, 1988

Uit Biesboek, 1988

Foto: Funda
Aan de rechterwand heeft een grote boekenkast gestaan (zie onder). Maarten en Eva Biesheuvel hebben sinds 1980 in dit bijzondere huis gewoond. De foto's op Funda vind ik wat triest, de ziel is er uit. 
Bron foto (mij) onbekend


Foto: Funda
Het hoekje bij deze deur zie je terug op onderstaande foto uit beter tijden.

Foto: VPRO


Foto: Funda
En dit moet dan ooit de werkkamer van Maarten geweest zijn (zie onder).

Uit Biesboek, 1988


Uit Biesboek, 1988

Op de foto's op Funda zie je veel afgekrabde deurposten, deuren, raamkozijnen enzovoort. Dat is niet verwonderlijk met al die dieren die de Biesheuvels erop nahielden. Uit onderstaand fragment blijkt dat er op een bepaald moment zeventien poezen en een hond in Sunny Home woonden. De geit mocht 's avonds in de woonkamer liggen.

Uit Biesboek, 1988

Foto: Funda


Interesse? Bieden vanaf €450.000 k.k.
Sunny Home op Funda vind je  HIER.

zondag 7 juni 2020

Sue Townsend (the one and only)

Even voor de goede orde: dít is Sue Townsend, en zíj is de schrijver van de Adrian Mole boeken!

Als je de achterkant (en voorkant) van de laatste Nederlandse uitgave ziet, zou je bijna anders denken. Nieuwe vertaler Sylvia Witteman wordt hier wel erg prominent naar voren geschoven. Ik weet dat vertalers niet altijd alle eer krijgen die ze verdienen, maar dit is toch weer het andere uiterste.


Helemáál belachelijk vind ik de flaptekst. Die noemt Adrian Mole "een kruising tussen Hendrik Groen en Bridget Jones". Slaat echt nergens op!

Lekker laten liggen deze vertaling, want de originele Engelse uitgave is toch het allerleukst om te lezen. En dat zal voor een gemiddelde scholier toch ook niet te moeilijk zijn? Zo ingewikkeld is dit boek niet.


donderdag 19 december 2019

Deelder dood

Jules Deelder 1944-2019



Foto: A.M.C. Fok*

Meer Deelder HIER en HIER.


*Uit:
J.A. Deelder
Gemengde gevoelens
De Bezige Bij, 1986

dinsdag 19 maart 2019

Remco Campert en Kees van Kooten: Aanelkaar

Met veel plezier las ik Aanelkaar, een briefwisseling uit 2018 van de schrijversvrienden Remco Campert en Kees van Kooten.

Ik ben geen grote fan van Remco Campert en van Kees van Kooten las ik het laatst iets in 2013 (het boekenweekgeschenk), maar dit charmante boekje kon ik niet in de winkel laten liggen. Niet te dik en niet te dun, een mooi hard kaftje, kleurige plaatjes en een prettig lettertype. 


De correspondentie wordt gestart op initiatief van Campert. De twee schrijvers zijn bevriend en kennen elkaar al heel lang (55 jaar). Ze zijn erg verschillend, maar hebben toch ook veel gemeen: humor, kunst en cultuur,  het goede leven, grachtengordel, huisjes in Frankrijk, populair en succesvol, en nu dus vooral ouderdom. Want dat is hier veelal het onderwerp. De brieven staan vol gedachten en mijmeringen, dromen en (soms gedeelde) herinneringen van twee mannen die inmiddels op leeftijd zijn. Van Kooten is 77 en Campert 89. De toon is meestal luchtig en vriendschappelijk, maar weemoed ligt altijd om de hoek. Grote thema’s worden niet geschuwd, maar vaker zijn het alledaagse dingen en anekdotes over kennissen, geliefden en familieleden. 

De heren vinden het duidelijk fijn om te schrijven, de brieven van Van Kooten zijn vaak wat langer. Hij toont zijn bewondering voor Campert. Wederzijdse oudemannenervaringen worden berustend en lijdzaam gedeeld. Hoe de zaak er inmiddels ‘bijhangt’ bijvoorbeeld. De toon van Kees van Kooten is zoals we dat van hem gewend zijn, opgewekt en monter. Misschien iets te. Verhalen over een vroege verkering, zijn oma, de kleinkinderen. Gezelligheid en woordspelingen.

Campert daarentegen is meer somber en overpeinzend. Het oud worden en mensen die hij gekend heeft, maar die nu dood zijn. Over het ziekenhuis, medicijnen. Hij vergeet heel veel, en al heel snel. Soms is hij laconiek en ziet dan de 'voordelen' van het oud zijn. Al zijn herinneringen zijn aan het oplossen, zegt hij. Als hij straks sterft, zal zijn hoofd leeg zijn. “Dat bespaart hem een hoop verdriet”. Voor Remco schijnt het einde nabij.


Achterin het boek is een katern met afbeeldingen opgenomen. Briefkaarten, ansichtkaarten, knipsels, plaksels en kattebelletjes. Leuk, maar vaak flauw en gedateerd. Toch voegt het wat toe, het vertelt ons iets over deze vriendschap door de jaren heen.

De slimme lezer beheerst zich en leest het boekje niet in een ruk uit. Elke dag, voor het slapen gaan, een of twee brieven van ieder is waarschijnlijk het leukst.


Aanelkaar
Remco Campert en Kees van Kooten
De Bezige Bij, 2019
167 blz.

maandag 1 oktober 2018

Maarten en Maarten

Dit weekend verscheen de nieuwe bundel Verhalen uit het gekkenhuis van Maarten Biesheuvel (79). In de Volkskrant (HIER €) las ik een mooie weergave van gesprekken met de schrijver en zijn vrouw Eva (79), thuis in Leiden en in de inrichting waar Biesheuvel vanwege zijn geestesziekte regelmatig verblijft (de eerste keer al in 1966). Het gaat niet zo goed met Maarten Biesheuvel, de pillen die hij altijd slikte werken niet meer, hij is nu voor langere tijd opgenomen.

bron foto: Volkskrant

En de vriendschap met Maarten ’t Hart blijkt nu ook al afgelopen. Biesheuvel betreurt dat: “Helemaal kapot. Hij is bang voor me. Maarten en ik hebben zo veel samen gedaan. Nu is hij bang van me.” Eva beaamt het: “Dat klopt. Die vriendschap is afgelopen. Door een aanvaring tijdens een manische aanval is Maarten ’t Hart bang voor Maarten geworden. Zo spijtig. Ze waren heel lang goede vrienden.”


Ik vind dit wel heel tragisch, twee schrijvers die ik zo graag lees. Wat jammer, het einde van een vriendschap die al in 1968 ontstaan is. In het heerlijke, autobiografische Biesboek (1988) kun je lezen hoe dat gegaan is. Maarten ’t Hart vertelt hierin dat hij Maarten Biesheuvel voor het eerst ontmoet heeft op een college van Karel van ’t Reve. Hij vond hem toen een rare, irritante kwast en ergerde zich aan zijn veelvuldige onderbrekingen en vreemde opmerkingen tijdens van ’t Reves betoog.


Hierna verdween hij een paar jaren uit zijn gezichtsveld, maar na een verhuizing in Leiden zagen ze elkaar dagelijks. ’t Hart woonde op het Wagnerplein en Biesheuvel daar vlakbij op de Brahmslaan. De wederzijdse echtgenoten kenden elkaar al langer. De twee Maartens hebben samen geroeid, gefietst en veel gemusiceerd (Schubert, Schumann). Bij het huwelijk van Maarten en Eva in 1979 op Schiermonnikoog was Maarten ’t Hart een van de getuigen.