Posts tonen met het label landmacht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label landmacht. Alle posts tonen

donderdag 4 september 2025

Uw beeltnis zoet


Drie romantische ansichtkaarten uit 1919. De afzender houdt het kort en zakelijk, maar zijn ware gevoelens komen volop tot uiting in het gedichtje op de voorkant: In mijn hart rust er Uw beeltnis zoet
 

En wat een prachtige plaatjes. Daar kan duidelijk geen emoji tegenop.


Deze kaart is gestempeld in 1919, maar lijkt mij een overgebleven exemplaar uit de mobilisatietijd 1914-1918. Een militair, met een grote bajonet aan zijn riem, eindelijk weer herenigd met zijn meisje. O heerljk weerzien, na scheidenssmart.

zaterdag 21 juni 2025

Ruttegeschut

Op het grote parkeerterrein naast de manege is inderdaad luchtafweer geplaatst in verband met de NAVO top. Waar gaan straks al die strandgangers parkeren? Wie compenseert de gemeente voor het gederfde parkeergeld?

Enzovoort.


Voor de kust liggen marineschepen, in de lucht regelmatig helikopters. In Noordwijk moesten de bakjes van het reuzenrad, nabij Huis ter Duin.


Luca is wel relaxed met defensie, zo langzamerhand.

donderdag 19 juni 2025

Luchtafweer Katwijk 1939


Binnenkort staat er luchtafweer in Katwijk, vanwege de NAVO top. 
Bij de mobilisatie in 1939-40 waren de mannen ook paraat, maar dan anders. Op de vuurtoren stond een mitrailleur opgesteld, met schutters van het 4e Regiment Infanterie.


De middelste man op deze foto zou Paulus Kouprie zijn, hij was gelegerd in de Morspoortkazerne in Leiden. Als verzetsstrijder werd hij gearresteerd in 1942 en ter dood veroordeeld, maar dat werd later omgezet in levenslang. In 1945 is hij teruggekeerd uit Duitsland.*


bron: zijn neef Theo Kouprie

zondag 27 april 2025

Willy haalt alles uit de kast


Gisteren werd Koningsdag gevierd, maar vandaag is Hij echt jarig.

Deze miniposter is een bijlage van Willy haalt alles uit de kast, het CPNB Luisterboekgeschenk van de Week van het Luisterboek 2016. De tekenaar wordt nergens vermeld, maar volgens Duck.ai zou dat Jeroen de Leijer zijn.

De afbeelding heeft nu misschien wat meer ‘lading’ dan in 2016.

woensdag 26 maart 2025

Boys will be boys


Als kind heb ik graag en veel met mijn soldaatjes gespeeld. Meestal alleen.
Abel Tiffauges heeft daar een mening over. Hij is de hoofdpersoon in De elzenkoning, een roman van Michel Tournier uit 1970. Ik las hem deze week uit.

In zijn ‘sinister dagboek’ schrijft Tiffauges: “Hoe schokkend het op het eerste gehoor ook mag klinken, de diepe affiniteit tussen de oorlog en het kind kan niet worden ontkend.” Hij constateert dat kinderen een dwingende behoefte hebben aan speelgoed in de vorm van geweren, zwaarden, kanonnen en pantserwagens, of loden soldaatjes. Maar niet om de grote mensen na te doen, zoals zo vaak beweerd wordt. Het is eerder andersom.  “Ik vraag me af of de oorlog niet uitbreekt met het enige doel om de volwassene in de gelegenheid te stellen zich opnieuw kind te voelen, met opluchting terug te vallen tot aan de leeftijd van de speelgoedgeweren en de loden soldaatjes. Moe van zijn beslommeringen als bureauchef, als echtgenoot en als vader, legt de gemobiliseerde al zijn functies en hoedanigheden af en amuseert zich, vrij en onbezorgd nu, tussen kameraden van zijn leeftijd met het manoeuvreren van kanonnen, pantserwagens en vliegtuigen, die niets anders zijn dan de vergrote kopie van het speelgoed uit zijn kinderjaren.”

dinsdag 1 maart 2022

Geschikt/ongeschikt

In de krant lees ik dat de vraag naar jodiumtabletten op dit moment "torenhoog" is. Drogisterijen zijn door hun kleine voorraad heen. Jodium is het nieuwe toiletpapier, zeg maar. 

Oorzaken zijn natuurlijk de perikelen in het Oosten in het algemeen, en de nucleaire dreigementen van de heer P. in het bijzonder. Jodium helpt (een beetje) bij radioactieve straling. 

Daarnaast groeit het aantal mensen dat de dienstplicht heringevoerd wil zien. Zij bedoelen hiermee dienstplicht voor anderen, een ander mag het weer opknappen. Speciaal voor die mensen een paar handige tips uit het Handboek Soldaat, alsmede de NBC instructiekaart. Doe het deze keer maar fijn zelf. (Veel succes.)






woensdag 27 november 2019

Overpad

Iedereen die wel eens naar De Rijdende Rechter kijkt, kent ongetwijfeld de term “Recht van overpad”. In dit programma is het meestal aanleiding tot onduidelijkheid, burenruzies en langdurige vetes. Gratis volkstoneel voor de NCRV.

In de Zangbundel voor het Nederlandsche Leger, uitgegeven tijdens de mobilisatie (Eerste Wereldoorlog) “op last van den Minister van Oorlog”, staat het lied Geen Overpad. Hierin wordt een niet nader genoemde potentiële agressor (drie keer raden welke “buur” dat was…) luchtig gewaarschuwd (“geen malligheid hoor!” ) vooral niet over onze grens te marcheren, op weg naar hun vijand. “We hebben kruit en kogels zat” en “steken de dijken even door” wordt daar nog lichtvoetig aan toegevoegd. De kinderlijk opgewekte toon van dit lied is opvallend, als je bijvoorbeeld weet wat er destijds in België is gebeurd.


Nederlandse officieren, 1917.



Geen Overpad

Wanneer ze nou vragen: kom laat me d’r door,
We wouwen hier even passeeren?......
Dan zeggen we hullie: geen malligheid, hoor!
Dat hoef je hier niet te probeeren.
Wij geven hier geen overpad,
Bij jullie zijn er wegen zat,
Wij zijn neutraal en houên van vree,
Wij blijven neutraal en vechten niet mee!

En als ze dan dreigen: we moeten er door,
Je kunt ons toch immers niet keeren?....
Dan zeggen we netjes: dat denk je maar, hoor!
Wij hebben toch ook nog geweren.
Wij hebben kruit en kogels zat
En weig’ren ieder overpad.
Wij zijn neutraal en houên van vree,
Wij blijven neutraal en vechten niet mee!

En als ze dan komen en dringen er door,
En over de grenzen marcheeren?....
Dan steken we even de dijken maar door,
We zullen ze zwemmen wel leeren.
Het land is hier een beetje nat
En deugt hier niet voor overpad.
Wij zijn neutraal en houen van vree,
Wij blijven neutraal, al vechten wij mee!

                                            H.W. van der Meij en Hofland
                                            Hendr. C.V. Oort

Zangbundel voor het Nederlandsche Leger
Uitgegeven op last van den Minister van Oorlog, 1915

zaterdag 2 februari 2019

Soldatenliederen en zedenbederf

Laatst las ik het verhaal Uit de herinneringen van soldaat Ivanov uit 1882. Het stond in een bundel van de Russische schrijver Vsevolod Garsjin. De hoofdpersoon van dit verhaal heeft zich vrijwillig bij het leger gemeld. Het is 1877 en voor de zoveelste keer is er oorlog met de Turken uitgebroken. Met zijn kameraden Fjodorov en Zjitkov (en de rest natuurlijk) marcheert hij naar het front. Het is een mooi verhaal over het soldatenleven en kameraadschap. Onderweg wordt er veel gezongen, vooral Fjodorov (22) doet erg zijn best: ‘Als er ‘Zingen, jongens!’ werd geroepen leidde hij met zijn zuivere tenor, die in de hoogste regionen in een kristalheldere falset overging.’ 

Als er een rustperiode in het vooruitzicht komt is iedereen extra vrolijk en begint te zingen. Fjodorov klinkt boven iedereen uit en zet allerlei liederen in. Het regimentsgezang, een historisch vers over tsaar Peter, een beroemd lied getiteld Het was onder Poltava en ‘een ongerijmd, onzedelijk maar ontzettend populair deuntje over een zekere Liza die het bos in loopt en daar een zwarte tor aantreft, waarna er van alles gebeurt.’

Ik kan er niets aan doen, maar hier wordt mijn nieuwsgierigheid gewekt en zou ik dolgraag kennis nemen van de complete tekst van dit onfatsoenlijke (maar zeer waarschijnlijk ook grappige) lied en het verhaal van die Liza. Soldatenliedjes, al dan niet betamelijk, zijn van alle tijden. Gewoon, omdat het lekker marcheert natuurlijk. In het verhaal legt Fjodorov het aan Ivanov uit: ‘Het heeft niks te betekenen. Zingen kan je het niet noemen, het is meer geluid maken om je borstkas te trainen. Bovendien loop je dan lekkerder.  Als we het zingen moe zijn nemen de muzikanten het over. Het volume en ritme van een opgewekte mars pept iedereen op. Zelfs als je bekaf bent krijg je er weer zin in en ga je keurig in de pas en in het gelid lopen, zodat het hele bataljon er plotseling totaal anders uitziet. Ik weet nog hoe we eens meer dan zes kilometer binnen een uur aflegden zonder een spoor van vermoeidheid – zolang er marsmuziek klonk.’*


In 1915 nam de Nederlandse legerleiding kennelijk niet het risico van zedenbederf. De soldaten kregen een zangbundel uitgereikt vol met verantwoorde en motiverende liederen. ‘Uitgegeven op last van den Minister van Oorlog’ staat er op de omslag. De selectie pakt vooral vaderlandslievend en koningsgezind uit natuurlijk, maar er is toch ook nog ruimte gelaten voor beschaafde jolijt. Over knappe meisjes die graag vrijen, dansen en/of trouwen bijvoorbeeld. Op het randje is het lied over ene Karlijntje, ‘blond als vlas’ die iets onduidelijks doet met ‘een stoute vlugge kerel’ achter op een boerenkar. Hoe dat er ingeslopen is weet ik niet. Dat wordt weer kamferballen voor de jongens.





*Citaten uit:
Vsevolod Garsjin: De beren en andere verhalen
(Vertaling: Hans Boland)
Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2011

zondag 15 maart 2015

Comenius in Naarden

De Waalse kerk op het voormalig kazerneterrein.

Laatst schreef ik hier over het Nederlands Vestingmuseum. Dat is leuk om te bezoeken en als je dan toch in Naarden bent kun je net zo goed even langs het Comenius Museum. Rond de kapel waarin deze beroemde Tsjech ligt begraven, is een kleine expositie over zijn leven en werk ingericht. Wij waren er de enige bezoekers en werden vriendelijk ontvangen met een museumbezoek "op maat". Men leek enigszins verbaasd over onze Nederlandse belangstelling, er komen hier voornamelijk buitenlandse gasten. Soms met bussen tegelijk.

Mijn interesse voor Comenius dateert al van vele jaren geleden, toen ik dienstplichtige was in Naarden. De kleine Weeshuiskazerne was een oude, bijzondere plek met een verleden als klooster en later burgerweeshuis. De voormalige Waalse Kerk (een onderdeel van het kazernecomplex) deed dienst als mausoleum. De deur zat altijd op slot, maar het was er wel een komen en gaan van Tsjechen en Slowaken. Ik vond dat toch wel apart toen, zo tijdens de Koude Oorlog, een "stukje Tsjechoslowakije" middenin een Nederlandse kazerne. Het was mij ook niet precies duidelijk wie daar dan begraven lag. Op het prikbord in het wachtlokaal hing een vergeeld krantenknipsel, dat was alles. Het was lang voor het internet.

Links naast de poort het voormalige wachthuis.

De kazerne is al weer jaren geleden opgedoekt en daarna omgetoverd tot een schitterend woongebied, waarin de sfeer van het oude gebouw bewaard bleef. Naast het mausoleum kwam in 1994 een klein museum.

Borstbeeld van Comenius op de binnenplaats van de voormalige kazerne.

Jan Amos Komenský (later Comenius) werd geboren in Moravië in 1592. Hij is een van de grote figuren uit de geschiedenis van de mensheid en heeft een geweldige invloed uitgeoefend op het denken in zijn tijd. Deze invloed is tot op de huidige dag te bespeuren. Als (onderwijs)hervormer, theoloog, pedagoog, filosoof en staatsrechtsgeleerde was hij zijn tijd ver vooruit. Hij schreef meer dan 300 dikke boeken over veel verschillende onderwerpen, dacht na over internationale samenwerking en streefde als theoloog actief naar oecumene. Zijn belangrijke ideeën over onderwijs en opvoeding waren revolutionair voor die tijd, sommige daarvan konden pas in de twintigste eeuw worden toegepast. De indeling basisschool, vervolgonderwijs, hoger onderwijs werd door hem opgesteld. Hij pleitte voor onderwijs voor iedereen, ongeacht de afkomst.

Portret van Comenius, geschilderd door Rembrandt.

Zijn leven wordt gekenmerkt door tegenspoed en tegenslagen. Op jonge leeftijd verloor hij zijn ouders en zusjes aan de pest, hij werd twee keer weduwnaar, zijn zoontje stierf, zijn bibliotheek is twee keer door brand verloren gegaan en als protestant moest hij zijn land een aantal keren ontvluchten. Maar ondanks alle teleurstellingen, narigheid en verdriet ging hij nooit bij de pakken neerzitten. Hij woonde in Engeland, Duitsland, Polen, Zweden en Hongarije. Toen hij in 1670 overleed in Amsterdam, werd zijn lichaam om nog onbekende reden overgebracht naar Naarden en daar begraven in de kapel van de Waalse kerk.

Het graf van Comenius in de kapel.


Tsjechen reizen al jarenlang speciaal naar Naarden om het graf van hun grote landgenoot te zien. Na 1848 paste de herinnering aan Comenius in het streven naar onafhankelijkheid van Bohemen en Moravie. De bedevaart naar Naarden kon echter pas goed tot ontwikkeling komen na de oprichting van de Tsjechoslowaakse republiek in 1918. Er was echter een probleem. Bij de verbouwing van de voormalige Waalse kerk tot kazernegebouw in 1861 waren alle grafstenen verwijderd. En bij een tweede verbouwing in 1896 was deze ruimte onderverdeeld in een wachtlokaal, een arrestantenkamer en een kleermakerij. Daardoor was het onduidelijk geworden in welk graf in de voormalige kapel Comenius was begraven. Er waren discussies en ingewikkelde reconstructies en uiteindelijk in 1929 de opgraving van geraamten, gevolgd door een plechtige herbegrafenis. De toen aangewezen plek is echter nog steeds omstreden. De restauratie van de verwaarloosde kerk werd afgerond in 1937.

In 1991 bracht de Tsjechoslowaakse president (en schrijver) Václav Havel met zijn vrouw Olga een bezoek aan Naarden.

In 1990 bezocht de Tsjechoslowaakse politicus Alexander Dubcek het mausoleum.

De herinnering aan Comenius wordt op veel manieren levend gehouden. Zo wordt er jaarlijks rond 28 maart (zijn geboortedag) de Comeniusdag georganiseerd. Sinds 2012 wordt dan ook de Comeniusprijs uitgereikt, de eerste keer aan Robbert Dijkgraaf. Dit jaar ging de prijs naar Geert Mak.

Tsjechisch bankbiljet met afbeelding van Comenius.

Informatie over het Comenius Museum vind je hier.

woensdag 4 maart 2015

Geiten, kanonnen en Knevel


Met het voorjaar in aantocht, is het misschien leuk om eens een openluchtmuseum te bezoeken. In Naarden heb je dan het Nederlands Vestingmuseum, met bezienswaardigheden zowel binnen als buiten. Eigenlijk is het oude vestingstadje Naarden, waar je heerlijk kunt wandelen, al een museum op zich.

In het Vestingmuseum wordt je een blik gegund op de ontwikkeling en geschiedenis van de vesting en kun je een indruk krijgen van de leefomstandigheden van de garnizoenssoldaten. Voor dit doel zijn enkele kazematten ingericht.

Het "binnenmuseum" is een tikkeltje houtje/touwtje, ik bedoel dit beslist niet denigrerend, maar er is enige slijtage te bespeuren. Ik was hier ruim 30 jaar geleden ook al, en ik heb niet de indruk dat iets veranderd is in de tussenliggende tijd. De gangen zijn donker en ontzettend muf, maar laat ik dit de charme van het geheel noemen.

Buiten ziet het er piekfijn uit, hoewel er een nogal specifieke geur hangt. Er lopen hier namelijk flink wat geiten rond, van een speciaal ras, om het gras kort te houden. (hier)

In de piepkleine entree/museumwinkel/cafetaria hadden wij nog een belevenis. Opeengepakt tussen enkele medebezoekers en wat museumvrijwilligers dronken wij onze cappuccino's, toen de deur piepend open ging en daar ineens Andries Knevel resoluut binnenstapte en ons een voor een priemend aankeek. Een surrealistische ervaring.

Informatie over het Nederlands Vestingmuseum vind je hier.



De geiten kom je op de trappen ook tegen.

maandag 22 september 2014

Van het pad af



Nog een vondst van zolder. Een instructiekaartje uit de Koude Oorlog.
Nederlandse dienstplichtigen kregen het uitgereikt in de jaren zeventig en tachtig voor het geval zij een zogenaamd "Soxmis-voertuig" zouden signaleren. Soxmis staat voor "Soviet Exchange Mission".

Duitsland was destijds nog verdeeld in een oostelijk en een westelijk deel. De Sovjetmissie in West-Duitsland had toestemming om in een bepaald gebied op bepaalde wegen te rijden, maar week daar in de praktijk veelvuldig van af om inlichtingen te vergaren over militaire objecten en oefeningen. Spionage dus. Deze voertuigen waren onopvallend en niet militair, maar wel voorzien van een speciaal kenteken.

Het was een overzichtelijke tijd, toen.

woensdag 10 september 2014

Bajonet en boeket


Mijn opa was van 1898. Hij is in 1983 overleden. Op dagen als vandaag mis ik hem, ik had hem nog van alles willen vragen. Over deze foto uit 1918 bijvoorbeeld. Mijn opa is de derde van rechts, hij is dan 20 jaar.


Een 'interessante' tijd, de Eerste Wereldoorlog, in het neutrale Nederland is het leger gemobiliseerd. Mijn opa's lichting (1918) is vervroegd 'ingelijfd' in oktober 1917. Als visser vond hij dat absoluut niet erg, want op zee was het vanwege de Duitse en Engelse mijnen niet bepaald veilig. Veel van zijn collega's zijn omgekomen.

Hij kwam terecht bij het 4e Regiment Infanterie dat was gelegerd in en om Leiden, voor hem als Katwijker bijna een thuiswedstrijd dus. De diverse bataljons van dit onderdeel waren afwisselend ook wel in Katwijk, Haarlem en Bussum gelegerd. Daar is ook deze foto genomen, een poststempel aan de achterkant vermeld: Bussum, 31-V-18. Het is een geruststellende kaart aan zijn ouders. Hij is in goede gezondheid en informeert of z'n moeder nog wat mee kan geven aan een dienstkameraad.

Hoe zal dat geweest zijn, dienstplichtig in juist die tijd? Dát had ik willen vragen. Ik ken de sfeertekeningen uit de boeken van A.M. de Jong (Frank van Wezels roemruchte jaren, 1928) en Johan Fabricius (Het meisje met de blauw hoed, 1927), maar die hebben iets kluchtigs en klopt dat wel met de werkelijkheid?

En wat voor uitrusting kregen ze uitgereikt? Gelukkig heb ik ook z'n militair zakboekje, daarin staat de hele lijst. Veel artikelen zijn inmiddels behoorlijk antiek: beenwindsels, kepi, een broodzak en een ransel. Het was nog zaak om goed op die spullen te letten, de groot-verlofgangers werden hier bij vertrek nog eens uitdrukkelijk op gewezen "ten einde vernieling door mot, muizen, ratten en anderszins te voorkomen". En anders kon je mooi betalen natuurlijk. Hoewel m'n opa kennelijk nog geluk heeft gehad. Ik vond een berichtje uit 1938 (!) met een ontheffing van betaling van 1 gulden 85 en een halve cent, wegens zoekmaken/verwaarlozen van Rijksgoederen.

De foto vind ik prachtig, ik kan er lang naar kijken. Iedereen die erop staat is nu overleden, dat mag ik toch wel aannemen. Veel mannen ogen erg jong, jongens nog eigenlijk.



Wat een enorme bajonetten zitten er op die geweren, dat was uitkijken geblazen natuurlijk. Op de voorgrond ligt een van de soldaten wel erg trots te pronken met zijn wapen. Dat is van alle tijden. Dat vinden jongens leuk. Daarachter zit juist weer iemand met een enorm boeket, wat zal daar de bedoeling van zijn geweest?


Ronduit sympathiek oogt de pijproker op de achterste rij, vierde van links. Een hand op de schouder van zijn kameraad. Het zal een zonnige voorjaarsdag zijn geweest en iedereen kijkt tevreden. De oorlog is elders.