Ik wil hier wat reclame maken voor het prachtboek Middlemarch van George Eliot, geschreven in 1871. Niet omdat dit werk het echt nodig heeft (het is een Klassieker met een hoofdletter K), maar ikzelf bijvoorbeeld had er nog nooit van gehoord! Dat is natuurlijk een schande die geheel voor mijn eigen rekening komt, maar hoe heeft dat kunnen gebeuren? Ik heb kennelijk al die jaren, decennia, een blinde vlek gehad voor deze roman. Terwijl ik toch een liefhebber ben van het genre. Maar het zijn altijd de Austens en de Brontë’s die de aandacht krijgen natuurlijk.
Maar
nu was het toch zover, en wel in de uitstekende vertaling van Annelies
Roeleveld en Margret Stevens. Meer dan 1000 bladzijden, mooi uitgegeven door
Athenaeum-Polak & Van Gennep, in een superdikke paperback die niet uit elkaar valt na intensief lezen.
Dat maak je wel eens anders mee. Vanwege het gewichtige taalgebruik en de vele
bespiegelingen wilde ik er een maand over doen, dat werd iets korter. Het is al
weer een tijd geleden dat ik zo van een boek genoten heb. En voor mij dus
helemaal nieuw en onbekend, wat een geluk eigenlijk.
We
maken kennis met de welgestelde bewoners van een bekrompen Engels
provinciestadje rond 1830, en volgen hun wel en wee. Het is vaak treurigheid,
maar er is ook genoeg te lachen. Net als in het ‘echte leven’ komen de
hoofdpersonen soms een heel eind in hun ambities, maar is het altijd net niet. George Eliot is een pseudoniem
voor Mary Ann Evans. Deze eigenzinnige, waarschijnlijk hoogbegaafde vrouw
leefde in een tijdvak waarin vrouwen voornamelijk geacht werden flink te dimmen
met hun praatjes en intelligentie. En zeker geen boeken te schrijven.
Zoals
gezegd, deze turf is dik en dus ook zwaar: 1,2 kg. Maar toch veel leuker op
schoot dan een ebook. Halverwege lijkt het verhaal iets in te zakken, veel politiek
uit 1830, maar dat duurt maar een paar bladzijden. Het slot vind ik te abrupt
en onbevredigend. Deze roman komt in mijn lijst beste boeken aller tijden, maar
(nog) niet bij de absolute lievelingen.

