Posts tonen met het label Eerste Wereldoorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Eerste Wereldoorlog. Alle posts tonen

donderdag 4 september 2025

Uw beeltnis zoet


Drie romantische ansichtkaarten uit 1919. De afzender houdt het kort en zakelijk, maar zijn ware gevoelens komen volop tot uiting in het gedichtje op de voorkant: In mijn hart rust er Uw beeltnis zoet
 

En wat een prachtige plaatjes. Daar kan duidelijk geen emoji tegenop.


Deze kaart is gestempeld in 1919, maar lijkt mij een overgebleven exemplaar uit de mobilisatietijd 1914-1918. Een militair, met een grote bajonet aan zijn riem, eindelijk weer herenigd met zijn meisje. O heerljk weerzien, na scheidenssmart.

woensdag 27 november 2019

Overpad

Iedereen die wel eens naar De Rijdende Rechter kijkt, kent ongetwijfeld de term “Recht van overpad”. In dit programma is het meestal aanleiding tot onduidelijkheid, burenruzies en langdurige vetes. Gratis volkstoneel voor de NCRV.

In de Zangbundel voor het Nederlandsche Leger, uitgegeven tijdens de mobilisatie (Eerste Wereldoorlog) “op last van den Minister van Oorlog”, staat het lied Geen Overpad. Hierin wordt een niet nader genoemde potentiële agressor (drie keer raden welke “buur” dat was…) luchtig gewaarschuwd (“geen malligheid hoor!” ) vooral niet over onze grens te marcheren, op weg naar hun vijand. “We hebben kruit en kogels zat” en “steken de dijken even door” wordt daar nog lichtvoetig aan toegevoegd. De kinderlijk opgewekte toon van dit lied is opvallend, als je bijvoorbeeld weet wat er destijds in België is gebeurd.


Nederlandse officieren, 1917.



Geen Overpad

Wanneer ze nou vragen: kom laat me d’r door,
We wouwen hier even passeeren?......
Dan zeggen we hullie: geen malligheid, hoor!
Dat hoef je hier niet te probeeren.
Wij geven hier geen overpad,
Bij jullie zijn er wegen zat,
Wij zijn neutraal en houên van vree,
Wij blijven neutraal en vechten niet mee!

En als ze dan dreigen: we moeten er door,
Je kunt ons toch immers niet keeren?....
Dan zeggen we netjes: dat denk je maar, hoor!
Wij hebben toch ook nog geweren.
Wij hebben kruit en kogels zat
En weig’ren ieder overpad.
Wij zijn neutraal en houên van vree,
Wij blijven neutraal en vechten niet mee!

En als ze dan komen en dringen er door,
En over de grenzen marcheeren?....
Dan steken we even de dijken maar door,
We zullen ze zwemmen wel leeren.
Het land is hier een beetje nat
En deugt hier niet voor overpad.
Wij zijn neutraal en houen van vree,
Wij blijven neutraal, al vechten wij mee!

                                            H.W. van der Meij en Hofland
                                            Hendr. C.V. Oort

Zangbundel voor het Nederlandsche Leger
Uitgegeven op last van den Minister van Oorlog, 1915

zaterdag 2 februari 2019

Soldatenliederen en zedenbederf

Laatst las ik het verhaal Uit de herinneringen van soldaat Ivanov uit 1882. Het stond in een bundel van de Russische schrijver Vsevolod Garsjin. De hoofdpersoon van dit verhaal heeft zich vrijwillig bij het leger gemeld. Het is 1877 en voor de zoveelste keer is er oorlog met de Turken uitgebroken. Met zijn kameraden Fjodorov en Zjitkov (en de rest natuurlijk) marcheert hij naar het front. Het is een mooi verhaal over het soldatenleven en kameraadschap. Onderweg wordt er veel gezongen, vooral Fjodorov (22) doet erg zijn best: ‘Als er ‘Zingen, jongens!’ werd geroepen leidde hij met zijn zuivere tenor, die in de hoogste regionen in een kristalheldere falset overging.’ 

Als er een rustperiode in het vooruitzicht komt is iedereen extra vrolijk en begint te zingen. Fjodorov klinkt boven iedereen uit en zet allerlei liederen in. Het regimentsgezang, een historisch vers over tsaar Peter, een beroemd lied getiteld Het was onder Poltava en ‘een ongerijmd, onzedelijk maar ontzettend populair deuntje over een zekere Liza die het bos in loopt en daar een zwarte tor aantreft, waarna er van alles gebeurt.’

Ik kan er niets aan doen, maar hier wordt mijn nieuwsgierigheid gewekt en zou ik dolgraag kennis nemen van de complete tekst van dit onfatsoenlijke (maar zeer waarschijnlijk ook grappige) lied en het verhaal van die Liza. Soldatenliedjes, al dan niet betamelijk, zijn van alle tijden. Gewoon, omdat het lekker marcheert natuurlijk. In het verhaal legt Fjodorov het aan Ivanov uit: ‘Het heeft niks te betekenen. Zingen kan je het niet noemen, het is meer geluid maken om je borstkas te trainen. Bovendien loop je dan lekkerder.  Als we het zingen moe zijn nemen de muzikanten het over. Het volume en ritme van een opgewekte mars pept iedereen op. Zelfs als je bekaf bent krijg je er weer zin in en ga je keurig in de pas en in het gelid lopen, zodat het hele bataljon er plotseling totaal anders uitziet. Ik weet nog hoe we eens meer dan zes kilometer binnen een uur aflegden zonder een spoor van vermoeidheid – zolang er marsmuziek klonk.’*


In 1915 nam de Nederlandse legerleiding kennelijk niet het risico van zedenbederf. De soldaten kregen een zangbundel uitgereikt vol met verantwoorde en motiverende liederen. ‘Uitgegeven op last van den Minister van Oorlog’ staat er op de omslag. De selectie pakt vooral vaderlandslievend en koningsgezind uit natuurlijk, maar er is toch ook nog ruimte gelaten voor beschaafde jolijt. Over knappe meisjes die graag vrijen, dansen en/of trouwen bijvoorbeeld. Op het randje is het lied over ene Karlijntje, ‘blond als vlas’ die iets onduidelijks doet met ‘een stoute vlugge kerel’ achter op een boerenkar. Hoe dat er ingeslopen is weet ik niet. Dat wordt weer kamferballen voor de jongens.





*Citaten uit:
Vsevolod Garsjin: De beren en andere verhalen
(Vertaling: Hans Boland)
Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2011

woensdag 4 oktober 2017

Wilhelm II


Onlangs verscheen er een nieuw boek geschreven door Christopher Clark over Wilhelm II, de (tot nu toe) laatste Duitse keizer, Dat wil ik graag lezen, want ik vind hem (met al zijn onaangenaamheden) een interessante figuur, waarin ik extra geïnteresseerd ben geraakt door mijn bezoekjes aan Museum Huis Doorn.


Wilhelm II (1859-1941) is aan het eind van de Eerste Wereldoorlog naar Nederland gevlucht en heeft hier asiel gekregen. Na een "kort" verblijf op kasteel Amerongen is hij uiteindelijk naar Huis Doorn verkast, waar hij zijn laatste levensjaren in ballingschap doorbracht. Naar verluidt vond de keizer, die tientallen grote paleizen in Duitsland bezat, Huis Doorn maar "een kippenhok".


Dat hij het (naar zijn maatstaven) beknopte huis vervolgens volplempte met allerhande curiosa en soms regelrechte meuk heeft natuurlijk ook niet echt geholpen. Er werd hem toegestaan een selectie te maken van voorwerpen uit zijn paleizen, uiteindelijk 59 treinwagons vol voorwerpen die allemaal een plekje kregen op huis Doorn. We zijn inmiddels 100 jaar verder en veel meubelstukken, tapijten en dergelijke zijn nu behoorlijk over hun houdbaarheidsdatum heen. Dat kun je ook ruiken hier en daar. Het leukst vind ik de echt persoonlijke attributen uit de collectie, Wilhelm komt op die manier wel heel dichtbij. Een po, een weegschaal, een waskom en badkuip, of die rare kast van de keizerin.




Wilhelms zadelstoel. ("Te paard neem je de beste beslissingen")

In 2013 nog ging het niet zo goed met dit museum, de subsidie werd gehalveerd en sluiting dreigde. Maar zo te zien draait de zaak hier nu als nooit tevoren, er zijn maar liefst 180 vrijwilligers. Wij zijn hier voor de tijdelijke expositie van Ernest Howard Sheperd, tekenaar van Winnie-the-Pooh, maar laten ons ook nog eens rondleiden door de vaste collectie. Een enthousiaste, op W.F. Hermans (maar dan vrolijk) gelijkende vrijwilliger loodst ons door de kamers. Nu en dan verslikt hij zich haast in zijn woorden, zóveel informatie wil hij aan ons doorgeven. Aan het eind van ons bezoek wandelen we nog wat over het landgoed. Het park zal er nu in de herfst ook wel fantastisch uitzien. Aanrader!

Mausoleum van Wilhelm II.

dinsdag 29 augustus 2017

Winnie en Wilhelm


In Museum Huis Doorn kun je nu een tentoonstelling bekijken over E.H. Shepard, tekenaar van
Winnie-the-Pooh.


De kinderboeken van Winnie-the-Pooh (1926) door A.A. Milne zijn klassiekers, maar op de een of andere manier totaal aan mij voorbij gegaan in mijn jeugd. Later heb ik er via een omweg alsnog (min of meer) kennis mee gemaakt. Dat kwam door het boekje Tao van Poeh, waarin Benjamin Hoff het taoïsme probeert uit te leggen aan de hand van de Winnie-the-Pooh verhalen. Hij vindt deze "Beer met maar een klein beetje Verstand een ware Tao-Meester". Het is een nogal vaag boekje, maar het bereikte destijds (1982) wel flinke oplagen. Misschien ook omdat het zo sympathiek oogt, rijk geïllustreerd met de oorspronkelijke tekeningen uit de "echte" Pooh verhalen. De tekeningen van E.H. Shepard (1879-1976) zijn zo mogelijk nog beroemder dan de teksten van Milne.



Van deze Shepard kun je nu in Huis Doorn negentig originele tekeningen bekijken. Niet van Pooh, maar van het leven aan het front in de Eerste Wereldoorlog en politieke cartoons uit die tijd. E.H. Shepard nam als Britse artillerist tussen 1915 en 1918 deel aan grote veldslagen in België, Frankrijk en Italië. In de loopgraven maakt hij grappige tekeningen en serieuze impressies. Fotograferen is op deze expositie niet toegestaan, maar op de google-pagina hier krijg je een aardige indruk.


De tekeningen in Doorn zijn voor het eerst buiten Engeland te zien. Het museum kon deze primeur binnenhalen omdat Shepards erfgenamen het prachtig vonden dat zijn tekeningen nu uitgerekend in het huis van de Kaiser hangen.


De expositie is nog te zien tot en met 10 december 2017. Informatie vind je hier.

vrijdag 26 augustus 2016

Humoristische Karte 1914

 
"Humoristische Karte von Europa im Jahre 1914"


Cartoonachtige landkaart uit 1914. Wrang als je de rest van de geschiedenis kent.

Gezien in Tiroler Landesmuseum, Innsbruck.

zondag 29 mei 2016

Svejk

Afbeelding van Soldaat Svejk op een restaurant in Praag.


Ik las De lotgevallen van de brave soldaat Svejk lang geleden met veel plezier, vier delen achter elkaar. Er valt veel te lachen in dit boek uit 1923, en dat heb je niet vaak met verhalen rond de Eerste Wereldoorlog. In deze absurde avonturen van de Praagse soldaat Svejk in het Oostenrijks-Hongaarse leger wordt alles belachelijk gemaakt, de militaire discipline, de oorlog en vooral de zinloosheid van het conflict waarbij de Tsjechen zich niet betrokken voelden. Zij werden domweg ingelijfd door een keizerrijk waaraan zij niet loyaal waren. Svejk hangt de idioot uit en uit het boek wordt niet duidelijk of hij dit ook werkelijk is, of dat het een overlevingsstrategie betreft.

Hasek (links) en Lada (rechts).

De schrijver Jaroslav Hasek (1883-1923) was een nogal avontuurlijke en kleurrijke figuur (anarchist, bigamist, deserteur), die overal mee weg leek te komen. Als journalist schreef hij bijvoorbeeld gedetailleerde "reisverslagen" vanuit zijn stamkroeg. Veel anekdotes, situaties en karakters uit de verhalen rond Svejk lijken gebaseerd op eigen belevenissen van Hasek die (net als Svejk) onder andere compagniesordonnans is geweest. Een mooi baantje, waarop door de mensen in de loopgraven werd neergekeken. Zij vonden het drukkers, Etappenschweinen.

De sfeer van het boek wordt voor een belangrijk deel bepaald door de illustraties van Josef Lada (1887-1957), een Praagse kunstschilder en schrijver van voornamelijk kinderboeken. Lada was bevriend met Hasek, met wie hij enige tijd samenwoonde. Hun stamkroeg was U Kalicha (Het Kelkje) dat ook in de verhalen van Svejk een belangrijke rol speelt. Hasek, Lada en Svejk dronken hier hun favoriete donkere Tsjechische bier. Het café in Praag bestaat nog steeds.

woensdag 27 januari 2016

Rainer Regiment Museum


De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) werd in 2014 volop herdacht en zal ongetwijfeld  in 2018 opnieuw de nodige aandacht krijgen. Maar ook de tussenliggende jaren bieden genoeg stof om terug te blikken en te herdenken. Bijvoorbeeld de slag aan de Somme en de slag bij Verdun, beiden in 1916. Persoonlijk krijg ik er niet snel genoeg van.



Het Rainer Regiment Museum is een van de kleine musea die onderdak hebben gevonden in de oude vesting die hoog boven Salzburg uittorent. De expositie werd na afloop van de Eerste Wereldoorlog in 1918 opgezet met behulp van veteranen van het voormalig thuisregiment van deze stad.


Salzburg maakt pas sinds 1816 definitief deel uit van Oostenrijk. Daarvoor was het een rijk en succesvol, maar vooral eigenzinnig vorstendom bestuurd door een aartsbisschop. De zoutwinning bracht inkomsten en macht, maar was ook de aanleiding tot oorlogen, bijvoorbeeld met naaste concurrent Beieren.

Het thuisregiment (gevestigd in 1682) werd in 1913 vernoemd naar aartshertog Rainer, een overleden ex-commandant. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het Rainer Regiment ingezet aan de Russische en Italiaanse fronten, waar 5000 manschappen zijn gesneuveld.







Voor 2018 is in dit museum een speciale expositie gepland, met als thema het einde van het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk in 1918. In dit jaar werd ook het Rainer Regiment ontbonden.



Gerelateerde blogposts: hier en hier.

Het Rainer Regiment Museum vind je hier.

zaterdag 23 mei 2015

Front - Heimat; Tirol im Ersten Weltkrieg


Vandaag precies 100 jaar geleden, op 23 mei 1915, verklaarde Italië de oorlog aan Oostenrijk - Hongarije en daarmee werd ook Tirol een deel van het strijdtoneel van de eerste wereldoorlog.


Als je deze zomer in Innsbruck bent (en dat zou zomaar kunnen als je van bergwandelen houdt) kun je een bezoek brengen aan het Tiroler Landesmuseum Ferdinandeum. Onder de titel Front - Heimat is daar een tentoonstelling ingericht over het alledaagse leven in Tirol van zowel soldaten als burgerbevolking tijdens de eerste wereldoorlog. De veelzijdige expositie belicht sociaal historische, economische en culturele aspecten en laat zien welke daarvan speciaal voor Tirol kenmerkend zijn. Te zien zijn o.a. foto's, documenten, uitrustingsstukken, curiosa en werk van kunstenaars als Alfons Walde en Oskar Kokoschka.

De tentoonstelling is nog te zien tot 1 november 2015. Informatie vind je hier.

Na de eerste wereldoorlog is Tirol opgedeeld, twee provincies zijn door Italië geannexeerd. Dit is nog steeds een pijnpunt.


Voor de Italiaanse kant van het verhaal kun je naar het Museo Storico Italiano Della Guerra in Rovereto. Zie hier.  Ook aan deze zijde was de brave burger zwaar de klos. Jongemannen, afkomstig uit de katholieke boerenbevolking werden ingezet als kanonnenvoer. In de zware strijd in het hooggebergte waren zij jarenlang vrijwel kansloos. Martin Michael Driessen schreef er een indrukwekkend verhaal over (hier).

Een lezenswaardig artikel van National Geographic Italië over Guerra Bianca (de witte oorlog), de strijd die Italiaanse en Oostenrijkse troepen tot op 3500 meter hoogte en bij temperaturen tot -30 graden Celsius uitvochten in de Dolomieten, vind je hier.


zondag 5 oktober 2014

Een lang vergeten scheepsramp


Een begrafenis in Katwijk aan Zee, 5 oktober 1914, vandaag precies honderd jaar geleden. Acht aangespoelde lichamen, acht naamloze jonge mannen samen in een massagraf. Ze worden met militaire eer begraven, de belangstelling is groot. Op de foto zie ik soldaten, politiemannen met een helm en wat burgers, voor wie het misschien een wrange eerste kennismaking is met de grote oorlog die een paar maanden eerder is losgebarsten en die wij nu kennen als de Eerste Wereldoorlog.

De lichamen zijn van slachtoffers van de grote scheepsramp die op 22 september van dat jaar plaatsvond, 40 kilometer ten noordwesten van Scheveningen. Een Duitse onderzeeboot, door slecht weer uit koers geraakt, torpedeerde in slechts anderhalf uur tijd drie Engelse pantserkruisers met elk zo'n 750 koppen aan boord. De HMS Aboukir, HMS Hogue en HMS Cressy waren patrouilleschepen die de aanvoerroute van de Engelse troepen in België via het Kanaal bewaakten. Aan boord bevond zich een allegaartje van reservisten, veteranen en zelfs een aantal jongens van 15, 16 jaar.

De impact van de aanval was enorm. 1459 mensen kwamen om het leven, net zo veel als bij het zinken van de Titanic, twee jaar eerder. Nog dagen na de ramp spoelden lichamen aan langs de Nederlandse kust, van Vlissingen tot Zandvoort. 837 opvarenden werden opgepikt, o.a. door Nederlandse stoomschepen. Het is bijna onvoorstelbaar, maar er waren mensen bij die op diezelfde ochtend maar liefst drie keer getorpedeerd en gered zijn!

Katwijk, de Oude Begraafplaats, oktober 2014

Inmiddels is er op de Oude Begraafplaats in Katwijk niets meer terug te vinden wat aan deze begrafenis herinnert. De Engelse zeelieden zijn in 1920 herbegraven in Noordwijk, waar op de Algemene Begraafplaats een klein ereveld is ingericht.

Noordwijk, Algemene Begraafplaats, oorlogsgraven 1914-1918

Een geïdentificeerde opvarende van HMS Hogue

Enkele niet-geïdentificeerde zeelieden.

Er is onlangs een documentaire over de scheepramp gemaakt, The Live Bait Squadron, die kun je nog zien tot en met 15 februari 2015 op de tentoonstelling in Muzee Scheveningen. Ga ik zelf binnenkort zeker doen.

woensdag 10 september 2014

Bajonet en boeket


Mijn opa was van 1898. Hij is in 1983 overleden. Op dagen als vandaag mis ik hem, ik had hem nog van alles willen vragen. Over deze foto uit 1918 bijvoorbeeld. Mijn opa is de derde van rechts, hij is dan 20 jaar.


Een 'interessante' tijd, de Eerste Wereldoorlog, in het neutrale Nederland is het leger gemobiliseerd. Mijn opa's lichting (1918) is vervroegd 'ingelijfd' in oktober 1917. Als visser vond hij dat absoluut niet erg, want op zee was het vanwege de Duitse en Engelse mijnen niet bepaald veilig. Veel van zijn collega's zijn omgekomen.

Hij kwam terecht bij het 4e Regiment Infanterie dat was gelegerd in en om Leiden, voor hem als Katwijker bijna een thuiswedstrijd dus. De diverse bataljons van dit onderdeel waren afwisselend ook wel in Katwijk, Haarlem en Bussum gelegerd. Daar is ook deze foto genomen, een poststempel aan de achterkant vermeld: Bussum, 31-V-18. Het is een geruststellende kaart aan zijn ouders. Hij is in goede gezondheid en informeert of z'n moeder nog wat mee kan geven aan een dienstkameraad.

Hoe zal dat geweest zijn, dienstplichtig in juist die tijd? Dát had ik willen vragen. Ik ken de sfeertekeningen uit de boeken van A.M. de Jong (Frank van Wezels roemruchte jaren, 1928) en Johan Fabricius (Het meisje met de blauw hoed, 1927), maar die hebben iets kluchtigs en klopt dat wel met de werkelijkheid?

En wat voor uitrusting kregen ze uitgereikt? Gelukkig heb ik ook z'n militair zakboekje, daarin staat de hele lijst. Veel artikelen zijn inmiddels behoorlijk antiek: beenwindsels, kepi, een broodzak en een ransel. Het was nog zaak om goed op die spullen te letten, de groot-verlofgangers werden hier bij vertrek nog eens uitdrukkelijk op gewezen "ten einde vernieling door mot, muizen, ratten en anderszins te voorkomen". En anders kon je mooi betalen natuurlijk. Hoewel m'n opa kennelijk nog geluk heeft gehad. Ik vond een berichtje uit 1938 (!) met een ontheffing van betaling van 1 gulden 85 en een halve cent, wegens zoekmaken/verwaarlozen van Rijksgoederen.

De foto vind ik prachtig, ik kan er lang naar kijken. Iedereen die erop staat is nu overleden, dat mag ik toch wel aannemen. Veel mannen ogen erg jong, jongens nog eigenlijk.



Wat een enorme bajonetten zitten er op die geweren, dat was uitkijken geblazen natuurlijk. Op de voorgrond ligt een van de soldaten wel erg trots te pronken met zijn wapen. Dat is van alle tijden. Dat vinden jongens leuk. Daarachter zit juist weer iemand met een enorm boeket, wat zal daar de bedoeling van zijn geweest?


Ronduit sympathiek oogt de pijproker op de achterste rij, vierde van links. Een hand op de schouder van zijn kameraad. Het zal een zonnige voorjaarsdag zijn geweest en iedereen kijkt tevreden. De oorlog is elders.