Een groot deel van de recensie (en het boek?) bestaat uit een lange klaagzang over hoe Venetië verpest wordt door de miljoenen toeristen met hun stomme selfiesticks, “vooral veel uit Azië”, die vaak maar één dag blijven. Je kunt alleen nog maar stapvoets vooruit komen en moet lang wachten op een boot of bij een beroemde kerk. En de lijst verboden voor de stad lijkt inmiddels eindeloos: geen rugzakken op de vaporetto’s, de nog resterende duiven niet voeren, niet zwemmen in de canali (wie zou dát nou willen?) en geen etenswaren consumeren. Je riskeert dan een forse boete en de bankjes zijn ook al weggehaald. Ondanks alles heeft Westra zijn liefde voor de stad behouden. Hij kent de rustige plekken en tijden.
De klachten van de bewoners van Venetië over het massatoerisme in hun stad zijn al langer bekend. Het gaat er steeds meer op een themapark lijken. Meestal wordt dit in verband gebracht met de gigantische cruiseschepen, maar die schijnen hier toch maar 5 procent van de toeristen af te zetten. Ze vallen nu eenmaal enorm op en meren als het ware midden in de stad af. Geen gezicht in Venetië! Daarbij zijn cruiseschepen enorm slecht voor het milieu in het algemeen en de lagune (en fundering) van Venetië in het bijzonder. Dat ze nog steeds niet geweerd worden geeft toch te denken. Misschien spelen financiële motieven hier alsnog een rol. De grote cruiseschepen betalen grote bedragen aan de havenautoriteiten, naar schatting tussen de 100 en 200 miljoen euro per jaar, waarvan de stad Venetië niets ziet.