zaterdag 20 april 2019

Van der Valk op de toren

Op de toren van de kerk, hier niet ver vandaan, bevindt zich (naar het schijnt) een nest met een echtpaar slechtvalken. Dat zou heel bijzonder zijn, maar ik geloof het onmiddellijk. Wij hebben vorige maand waarschijnlijk al persoonlijk kennisgemaakt met een van de twee, toen hij/zij in onze tuin een duif stond te snacken.

Foto: Arjan van Egmond; bron: hier

Ik heb een beetje dubbel gevoel over deze (zeldzame) aanwezigheid. In onze directe omgeving bevinden zich altijd veel vogels en die zijn de laatste tijd duidelijk minder op hun gemak. Vooral de meeuwen en kauwtjes lijken voortdurend op hun hoede en zelfs in staat tot enige samenwerking! In de lucht spelen zich vreemde taferelen af.

Aan de andere kant vind ik het wel fijn dat er nu mogelijk een aantal meeuwen wegblijven dit jaar. Het zijn er altijd veel te veel en ze zijn erg aanwezig. Vooral die ene die het vorig jaar speciaal op mij voorzien had. Altijd als ik "zijn" dak (aan de overkant van de kerk) passeerde werden er duikvluchten naar mij uitgevoerd. Zomaar. Dus in dit geval: leve de slechtvalk!

maandag 15 april 2019

Over de brug


Deze brug gaat binnenkort op de schop. Het is geen fraaie brug, zeker niet, maar we zijn even oud en ik ben er in mijn leven duizenden keren overheen gereden en gewandeld. Dat schept een band.


Toen ik een jaar of acht was, wilde ik hier graag de brugwachter worden. Ik zag het al helemaal voor me: alleen in dat glazen torentje met veel boeken en strips en voldoende consumpties. Naar de bootjes kijken en (in control!) zo nu en dan die brug open- en dichtdoen. En op tijd weer naar huis. En daar dan ook nog voor betaald worden! Mijn ideale baan. Ik durf er nu wel mee uit de kast te komen, want ze willen me toch nergens meer hebben. Over de datum, net als de brug.

De fundering is nog goed,  maar de dekconstructie wordt vervangen. Het beweegbare brugdek verdwijnt en de doorvaarhoogte wordt groter. De brug kan en hoeft daarna niet meer open en dicht (dat gebeurde trouwens nog maar zo’n vijf keer per jaar). Bediening is dan helemaal niet meer nodig. Zelfs niet vrijwillig.

Niet al mijn jeugdherinneringen aan deze brug zijn zo warm. Geklemd in een krap kinderzitje, achterop de fiets bij mijn moeder. Die reed steevast als een waanzinnige de steil aflopende weg ná de brug af, om daarna met grote snelheid het kruispunt op te schieten. Altijd voorrang. Doodsangsten heb ik uitgestaan. Wat was ik later blij met mijn eigen fietsje, en de mogelijkheid zelf verkeersbeslissingen te kunnen nemen.


En ergens in het schemergebied tussen wandelwagen en kinderzitje heb ik ook nog een keer met mijn hoofd klemgezeten in het hekwerk van de brug. Ik was een jaar of twee, drie. Waarschijnlijk wilde ik naar een passerend bootje of gewoon naar het water beneden kijken, en had mijn hoofd door de smalle ruimte tussen twee platte stangen van de balustrade geschoven. Terughalen bleek een stuk moeilijker en dus zette ik het op een blèren. Dat hielp ook niet echt (wordt je hoofd dan groter?), maar uiteindelijk heeft mijn moeder me toch weten te bevrijden. Denk ik. Nog lang heb ik geweigerd om over deze brug te gaan en moest er een forse omweg gemaakt worden. Mijn moeder deed dat genereus (en schuldbewust?) maar kreeg er op een gegeven moment natuurlijk toch genoeg van.