donderdag 27 maart 2014

Jan Siebelink: Laatste schooldag


Er is veel (klein) leed in de docentenkamer. Zoveel wordt mij duidelijk na het lezen van Laatste schooldag (1994) door Jan Siebelink. De verhalen in deze bundel zijn zonder uitzondering zwaarmoedig van toon. Dit schijnt typerend te zijn voor het werk van Siebelink, maar dat kan ik verder nog niet beoordelen omdat het hier voor mij een kennismaking betreft.

De rode draad in dit boek is het fictieve “Willem de Zwijgercollege te E.”, een (te) grote scholengemeenschap, waar de uitgebluste docenten te maken hebben met ordeproblemen, onzekerheden en samenspannende collega’s. De rector en conrectoren zijn ook een eng stel bij elkaar. Kortom: een slangenkuil. Nee, echt vrolijk word je er niet van, en ik vraag me af in hoeverre de schrijver geput heeft uit zijn eigen jarenlange ervaring als leraar Frans op een dergelijke school in Ede. Eerlijk gezegd houd ik hier mijn hart vast.

De omslag van mijn exemplaar uit 2008 lijkt me nogal geïnspireerd op die van Voskuils bestseller Het Bureau. Misschien wilde de uitgever hier nog wat meesurfen op het succes van dat boek? Maar helaas, Laatste schooldag is geen tweede Het Bureau, maar met enige goede wil kun je nog wel wat raakvlakken ontdekken. De reeds genoemde slangenkuil bijvoorbeeld, en de strikte hiërarchie bij de docenten onderling die bepaald wordt door het verschil in opleiding en het schooltype waar zij lesgeven. Boven elk verhaal hangt een sfeer van onheil en treurigheid. Opmerkelijk is nog dat de verhalen zich net zo goed op willekeurig welk kantoor hadden kunnen afspelen. Leerlingen spelen eigenlijk geen rol van betekenis.

Al met al geen reclame voor het onderwijs in het algemeen, meer een uitstalkast van menselijk onvermogen. Toch zorgde dit boek, dat ik met veel genoegen heb gelezen, met terugwerkende kracht voor mededogen en begrip voor al die geprangde docenten die ik destijds voor de klas heb meegemaakt, of zelfs alleen maar door de schoolgangen heb zien sjokken.