dinsdag 28 maart 2017

"Maar wees nu toch redelijk, Dé!"


Na twintig jaar lees ik opnieuw Het Bureau van J.J. Voskuil, voorlopig elke dag een paar bladzijden. Hoewel ik normaal niet snel iets herlees ('nieuwe' boeken gaan voor) en het boek met zo'n 5000 bladzijden nog een heel project is, kon ik deze verleiding niet weerstaan.

Ik had deel 1 in handen, bladerde wat, las bladzijde 1 en was onmiddellijk opnieuw verkocht. Daar waren ze weer: Voskuils alter ego Maarten Koning, Bart Asjes, Balk, Beerta en vooral (mijn favoriet) juffrouw Dé Haan. Heerlijk.

In deze literaire kantoorsoap gebeurt niets schokkends, maar het is vooral de herkenbaarheid die mij zo aanspreekt. De afgelopen twintig jaar heb ik talloze malen met situaties en personen te maken gehad die me sterk aan Het Bureau deden denken. Ik kon/kan mij daar ontzettend om verkneukelen en het heeft mij vaak geholpen om zaken te relativeren. Hoewel ik me ook wel weer kan vinden in de uitspraak van een Bureaulezende collega over zijn eigen werksituatie: 'het is net als met De Tokkies: erg leuk om naar te kijken, maar je moet er niet zelf naast wonen...'

Een gerelateerde blogpost vind je hier.


Een paar fragmenten uit deel 1 van Het Bureau:

Beerta stond op, liep naar de deur, deed hem open en keek omzichtig in de andere kamer. 'Juffrouw Haan is een bijzondere vrouw,' zei hij nadat hij de deur weer gesloten had, 'maar ze heeft een wat moeilijk karakter. Je moet je daar niets van aantrekken. Dat hebben vrouwen wel meer.

*

'Dat is uw plicht!' herhaalde Veerman woedend. 'Weet u wel wie hier tegenover u zit?' Hij bracht zijn hoofd nog verder naar voren, zodat ze bijna neus aan neus kwamen, maar Beerta week niet terug. 'Hier tegenover u zit een genie meneer Beerta. En genieën berispt men niet als ze te laat zijn.' 'Dat ben ik niet met u eens, meneer Veerman. Genieën moeten ook op tijd zijn.'

*

Beerta had onbewogen toegekeken. 'Is dat juffrouw Bruul?' vroeg hij toen Heidi de kamer weer verlaten had. 'Is ze al eens aan mij voorgesteld?' 'Ja natuurlijk,' zei Maarten verontwaardigd. 'Ik kan het mij niet herinneren, maar ik word oud. Ze lijkt een beetje op mevrouw Haan, vind je niet?' 'Misschien dat u zich haar daarom niet herinnert?' opperde Maarten boosaardig. 'Dat zou best eens kunnen. Ik zou er maar voorzichtig mee zijn. Je kunt beter jongens aanstellen,' hij spitste zijn lippen en ging weer aan zijn bureau zitten.'

*

Hij opende de deur en keek om de hoek. 'Kom jij ook, Dé?' 'Ik zou niet weten waarom,' hoorde Maarten juffrouw Haan zeggen. 'Omdat er stafvergadering is.' 'In mijn agenda staat dat er pas om tien uur stafvergadering is, en daar houd ik me aan!' 'Maar wees nu toch redelijk, Dé! Iedereen is er al!' 'Ik ben redelijk. Als ik een afspraak heb om tien uur, dan ben ik er om tien uur!' 'Maar we vergaderen toch altijd om negen uur?' 'Daar heb ik me over verbaasd, maar ik heb mijn tijd daar nu naar ingedeeld. Als jij tegen mij zegt dat we om tien uur vergaderen, dan vergader ik om tien uur en niet eerder!' Ze luisterden zonder elkaar aan te kijken. Beerta sloot de deur weer en draaide zich naar hen om. Hij knipoogde nerveus. 'Mevrouw Haan kan pas om tien uur.' 'Dan wordt het dus tien uur,' zei Balk goedgemutst. Hij kwam overeind, pakte zijn papieren bij elkaar en liep de kamer weer uit. De anderen volgden hem.

*

Balk keek hem aan alsof hij hem nog nooit gezien had. Toen haalde hij zijn schouders op en boog zich weer over zijn werk. 'Wat zei Balk?' informeerde Beerta geamuseerd. 'Balk wast zijn handen in onschuld,' antwoordde Maarten, nog beduusd van de reactie. Hij wist niet hoe hij die uit moest leggen, als minachting of als onmacht. 'Balk wordt een heel goede directeur,' meende Beerta met ingehouden voldoening.

Uit:  Het Bureau 1, door J.J. Voskuil, Uitgeverij Van Oorschot 1996