maandag 30 juni 2014

Adonis


Foto's: Josine Vingerling

Adonis, hoogte 25 cm
Geboetseerd door Brigitte Eberl (München)
Beschilderd door Josine Vingerling

donderdag 26 juni 2014

Toop


Een rit met Hans in zijn mooie blauwe Topolino is altijd fijn.

De vorige keer ging het dwars door het Groene Hart, nu gaan we achter de duinen langs naar het noorden. Een mooie route door de Duin- en Bollenstreek. Vanaf Katwijk, via Noordwijkerhout, een rondje Zandvoort, dan door deftig Vogelenzang en Aerdenhout, Bloemendaal en tenslotte IJmuiden. De afgelegde afstand is niet belangrijk, het gaat er om wat je onderweg kunt zien. En dat is allemaal weer erg de moeite waard, met veel groen.

In Bloemendaal bekijken we het Openluchttheater in de bosrijke omgeving. Hier zal ik graag eens een concert of voorstelling bijwonen. Wandelen op een van de pieren van de haven van IJmuiden. De zon schijnt uitbundig.

Een prachtige rit. (En wat is de Boulevard van Katwijk ineens weer mooi, vergeleken met Zandvoort en IJmuiden.)

Openluchttheater Bloemendaal.


Pier, IJmuiden.

zaterdag 21 juni 2014

Eleanor Catton: Al wat schittert


Als je van dikke Victoriaanse romans houdt, is Al wat schittert van de Nieuw-Zeelandse auteur Eleanor Catton een goede keuze. Alles zit er in: hebzucht, misleiding, wraak, een seance, een rechtszitting, persoonsverwisseling en een geheime correspondentie. Ruim 800 bladzijden lang en elk hoofdstuk keurig voorafgegaan door een kleine samenvatting van wat komen gaat.

Toch is dit een vrij recent boek (2013) van een jonge schrijver, Catton is 28 jaar. Daarbij is het veel strakker opgezet dan bijvoorbeeld een gemiddelde Dickens met zijn aan elkaar geplakte feuilleton-afleveringen. Het verhaal bestaat uit twaalf delen, elk deel half zo lang als het voorafgaande. Het eerste deel beslaat 360 bladzijden, het laatste net aan een pagina. Dit geeft een dynamisch effect, erg knap gedaan. Naar het einde toe gaat het verhaal steeds sneller.

Een ander leuk vormexperiment is de astrologische opbouw van het verhaal, waarbij alle personages zijn gekoppeld aan sterrenbeelden en planeten en hun stand ten tijde van de gebeurtenissen. Zo boven, zo beneden is hier het motto.

Maar laat je vooral niet afschrikken als je niet in dit soort zaken geïnteresseerd bent. Het boek is een plezier om te lezen. Vooral de uitgebreide en treffende karakterbeschrijvingen van de vele personages die elk een eigen rol in het verhaal vervullen en een deel van 'de waarheid' kennen. Dit alles in prachtige zinnen. Hier moet het boek het van hebben, want het verhaal zelf, hoe goed verteld ook, is uiteindelijk toch vrij mager. Laat dit geen teleurstelling zijn als je daar na 832 bladzijden achter komt.

Plaats van handeling is een goudzoekersdorp aan de kust van Nieuw-Zeeland in het jaar 1866, bevolkt door voornamelijk avonturiers en goudzoekers. Wat dat betreft heeft het wel iets van een western. Er zijn veel hoofdpersonen, meer dan twintig, maar de echte hoofdrolspelers zijn twee geliefden. Hun lot is verbonden, zij zijn elkaars tegenpolen, de zon en de maan, The Luminaries uit de originele Engelse titel.

Het boek won vorig jaar de Engelse Man Booker Prize.

Eleanor Catton

woensdag 18 juni 2014

Het beste voor Kees


Deze week zag ik via Uitzending Gemist de documentaire Het beste voor Kees, die kennelijk veel indruk bij me heeft achtergelaten, want in allerlei situaties moet ik aan de opmerkelijke hoofdpersoon, Kees dus, terugdenken.

Voor wie het niet gezien heeft: Kees is een autistische man van 49 jaar die in een tuinhuis, zijn chalet, bij zijn bejaarde ouders woont. Zij hebben lang geleden besloten om Kees alle nodige verzorging en aandacht te geven, 24 uur per dag. Dit gaat heel ver, want Kees is behoorlijk veeleisend en heeft een enorme reeks eigenaardigheden. Maar voor de welgestelde ouders is niets te dol en Kees zal waarschijnlijk niet vaak het woord 'nee' te horen gekregen hebben. Kees is welbespraakt, kan ontzettend goed tekenen en spreekt en schrijft Japans. Modeltreinen zijn zijn grote passie.


De ouders maken zich nu grote zorgen over hoe het met hun zoon verder moet als zij niet meer in staat zijn om voor hem te zorgen en dat is eigenlijk het onderwerp van de documentaire, die nogal gemengde gevoelens bij me oproept. De Koot & Bie-achtige situaties zijn vaak hilarisch, soms aandoenlijk en ook wel irritant. Kees komt over als een door en door verwend prinsje en zijn ouders lijken zo nu en dan niet bepaald realistisch. Zij hebben hem wel erg beschermd opgevoed. De moeder kan hem niet loslaten en zinspeelt, tussen de regels door, zelfs op euthanasie als zij er niet meer zouden zijn. Het ondraaglijke lijden voor Kees zou dan zijn dat hij niet meer zijn leven kan leiden zoals hij dat tot dan toe gewend is, en dat hij bijvoorbeeld in een rijtjeshuis ("afschuwelijk") zou moeten wonen. De vader staat sinds Kees' geboorte zo'n beetje tweederang langs de zijlijn en hoe de jeugd van de twee broers was laat zich raden. Ik vraag me echt af hoe het Kees zou zijn vergaan als hij in bijvoorbeeld een volksbuurt was geboren.

Maar misschien oordeel ik te hard. Tenslotte weet ik bar weinig van autisme. De handicap is niet lichamelijk zichtbaar en daardoor heb je als buitenstaander misschien te snel je mening klaar.

De documentaire kun je hier terugkijken.

zondag 1 juni 2014

Dick Hillenius


Deze registratiekaart uit 1952 kwam ik tegen in een oud archiefbakje van het Zoölogisch Museum Amsterdam (ZMA). Op 9 november van dat jaar spoelde er een jonge, levende zeeschildpad aan op het strand van Petten. Een zeldzame gebeurtenis aan de Noordzee.

Chelone midas staat er keurig op het kaartje vermeld. Letterlijk betekent dat ‘natte schildpad’, maar in Nederland is het dier vooral bekend onder de naam ‘soepschildpad’. Drie keer raden waarom.


Het kaartje blijkt ook een herinnering aan Dick Hillenius, hij heeft deze schildpad gedetermineerd.
Dick Hillenius (1927-1987) was in zijn tijd een bekende schrijver-dichter-bioloog, maar lijkt inmiddels wat in de vergetelheid geraakt. In 1951 kwam hij bij het ZMA werken als jonge student/assistent en in 1952, ‘het jaar van de zeeschildpad’, was hij juist bevorderd tot tentoonstellingsconservator. Zijn grote passies waren amfibieën en reptielen. Hij heeft veel gereisd.


De eigenzinnige en veelzijdige Hillenius werd een min of meer bekende mediafiguur. Hij was een van de eerste biologen die enthousiasmerend en prikkelend schreven voor een breed publiek en wordt door hedendaagse schrijvende biologen als Maarten ’t Hart en Midas Dekkers als voorbeeld gezien. Hij had een aantal jaren een eigen rubriek in Vrij Nederland en maakte programma's voor de VPRO. Evolutiebioloog Tijs Goldschmidt is een oud-student van hem.

Dick Hillenius is niet oud geworden, nog geen zestig jaar.

Een tv-fragment uit 1970, gekozen door Zomergast Maarten ’t Hart, vind je hier.