donderdag 28 maart 2019

Shozygs

Na het overlijden van Mark Hollis heb ik flink wat platen van Talk Talk gedraaid, vooral de ‘rare’. Het album Spirit of Eden is daar een van. Niet langer luchtige synthpop, maar vreemde avant-garde composities op ‘organische’ instrumenten. De credits op de binnenhoes vermelden zestien muzikanten plus een koor, maar in totaal zijn er misschien wel vijftig naar de studio gekomen om te spelen. Sommige partijen op de plaat duren niet langer dan een paar seconden.


Een van de genoemde muzikanten is een zekere Hugh Davies die een shozygs bespeelt. Nooit van gehoord, maar in een interview met Moze Jacobs (knipsel uit VN, september 1988) vertelt Mark Hollis hoe dat gegaan is: “Toen we op zoek waren naar muzikanten hebben we een lijst doorgekeken met namen die zich aanboden. Bij Davies stond shozygs en niemand wist wat het was, daarom zijn we gaan bellen. Het bleek een jongen te zijn die zelf instrumenten ontwierp. Hij had een hele serie vreemde voorwerpen die geluid maakten. En zijn allereerste uitvinding had het omslag van een encyclopedie als klankkast, het laatste deel, dat liep van sho tot zygs.”


Daar kon ik me niets bij voorstellen, maar op de website van het Engelse Science Museum kwam ik deze foto’s tegen van een shozyg (enkelvoud! Er bestaan twee versies) en Hugh Davies.

bron foto: Science Museum

bron foto: Science Museum

En op Wikipedia lees ik dat Hugh Davies (1943-2005) een paar jaar de rechterhand van Karlheinz Stockhausen is geweest.

Het album Spirit of Eden van Talk Talk werd niet onmiddellijk door iedereen gewaardeerd, met name de platenmaatschappij was not amused. Lofuitingen van publiek en critici kwamen pas veel later. Het kritische webmagazine Pitchfork noemt het nu een meesterwerk en geeft het zelfs een 10.

zondag 24 maart 2019

Van der Valk in de tuin


Gisteren een forse roofvogel in de tuin, waarschijnlijk een slechtvalk. Staat ergens bovenop en eet daarvan. Schrik wel, hopelijk is het slachtoffer geen ‘bekende’. Het roodborstje, een van de houtduiven of ‘ons’ kauwenechtpaar. Ga nog maar niet kijken, zijn prooi is nu toch al dood en dan is het in ieder geval niet voor niets geweest. In de tuin en wijde omgeving is het doodstil, geen piepje te horen, alle vogels houden waarschijnlijk de adem in.

Even later vliegt de slechtvalk op, met een flinke homp in de snavel die hij bovenop een struik laat vallen. In de boom ernaast gaat hij zitten uitbuiken. Meesjes fluiten alweer vlakbij, waarschijnlijk vormt een zojuist volgevreten roofvogel geen bedreiging meer. Ik ga nu toch even kijken en de boel opruimen. Ik heb geen zin in vleesresten in mijn struiken. De valk vliegt weg en ik zie twee rode pootjes zielig boven de bosjes uitsteken.


Restanten van een tortelduif hangen tussen de takken. Geen veren, waarschijnlijk is hij/zij elders gegrepen (met een snelheid van meer dan 300 km per uur) en in onze tuin opgepeuzeld. Hoog in de goot zie ik de kauwtjes de boel observeren. Zij lijken onder de indruk. De tuin ligt er de hele ochtend verlaten bij, geen vogel laat zich zien. Maar ’s middags cirkelen de meeuwen in de buurt paniekerig krijsend rond. Ze hebben iets waargenomen. En inderdaad zit Van der Valk even later weer op onze tuinmuur, waarschijnlijk op zoek naar zijn achtergelaten kluif. Een slimme, snelle, dodelijke vogel. Indrukwekkend.

Afb. uit: Vogels kijken, Kester Freriks. Athenaeum, 2009.

zaterdag 23 maart 2019

vrijdag 22 maart 2019

Boekenweek 2019

Morgen begint de boekenweek. Met

-Een vrouwonvriendelijk thema.
-Het gratis treinkaartje geschreven door een man.
-In de tekst daarvan een knoeperd/t van een spelfout.

Liggen zo uw problemen?

Wat een stelletje goudvinken!

bron: http://foksuk.nl/

dinsdag 19 maart 2019

Remco Campert en Kees van Kooten: Aanelkaar

Met veel plezier las ik Aanelkaar, een briefwisseling uit 2018 van de schrijversvrienden Remco Campert en Kees van Kooten.

Ik ben geen grote fan van Remco Campert en van Kees van Kooten las ik het laatst iets in 2013 (het boekenweekgeschenk), maar dit charmante boekje kon ik niet in de winkel laten liggen. Niet te dik en niet te dun, een mooi hard kaftje, kleurige plaatjes en een prettig lettertype. 


De correspondentie wordt gestart op initiatief van Campert. De twee schrijvers zijn bevriend en kennen elkaar al heel lang (55 jaar). Ze zijn erg verschillend, maar hebben toch ook veel gemeen: humor, kunst en cultuur,  het goede leven, grachtengordel, huisjes in Frankrijk, populair en succesvol, en nu dus vooral ouderdom. Want dat is hier veelal het onderwerp. De brieven staan vol gedachten en mijmeringen, dromen en (soms gedeelde) herinneringen van twee mannen die inmiddels op leeftijd zijn. Van Kooten is 77 en Campert 89. De toon is meestal luchtig en vriendschappelijk, maar weemoed ligt altijd om de hoek. Grote thema’s worden niet geschuwd, maar vaker zijn het alledaagse dingen en anekdotes over kennissen, geliefden en familieleden. 

De heren vinden het duidelijk fijn om te schrijven, de brieven van Van Kooten zijn vaak wat langer. Hij toont zijn bewondering voor Campert. Wederzijdse oudemannenervaringen worden berustend en lijdzaam gedeeld. Hoe de zaak er inmiddels ‘bijhangt’ bijvoorbeeld. De toon van Kees van Kooten is zoals we dat van hem gewend zijn, opgewekt en monter. Misschien iets te. Verhalen over een vroege verkering, zijn oma, de kleinkinderen. Gezelligheid en woordspelingen.

Campert daarentegen is meer somber en overpeinzend. Het oud worden en mensen die hij gekend heeft, maar die nu dood zijn. Over het ziekenhuis, medicijnen. Hij vergeet heel veel, en al heel snel. Soms is hij laconiek en ziet dan de 'voordelen' van het oud zijn. Al zijn herinneringen zijn aan het oplossen, zegt hij. Als hij straks sterft, zal zijn hoofd leeg zijn. “Dat bespaart hem een hoop verdriet”. Voor Remco schijnt het einde nabij.


Achterin het boek is een katern met afbeeldingen opgenomen. Briefkaarten, ansichtkaarten, knipsels, plaksels en kattebelletjes. Leuk, maar vaak flauw en gedateerd. Toch voegt het wat toe, het vertelt ons iets over deze vriendschap door de jaren heen.

De slimme lezer beheerst zich en leest het boekje niet in een ruk uit. Elke dag, voor het slapen gaan, een of twee brieven van ieder is waarschijnlijk het leukst.


Aanelkaar
Remco Campert en Kees van Kooten
De Bezige Bij, 2019
167 blz.

zaterdag 16 maart 2019

Vivienne Westwood, Queen of Fashion

In het Uur van de wolf zag ik laatst de documentaire De rebellie van Vivienne Westwood. Ik ben niet speciaal geïnteresseerd in mode, maar de persoon Vivienne 'Queen of Fashion' Westwood en de periode en scene (punk) waarin de basis van haar succes werd gelegd vind ik wel interessant. De documentaire geeft ons een vermakelijk inkijkje in de Engelse en Italiaanse modewereld van toen en nu.


Bijzonder amusant vond ik het moment waarop kleding wordt getoond uit een Engelse museumcollectie. De conservators dragen witte handschoentjes en doen of ze hier de Heilige Graal beet hebben, maar het is een punkshirt waarop een groot hakenkruis is afgebeeld vergezeld van de tekst ‘Destroy’. Her en der op het kledingstuk staan provocerend bedoelde teksten. Wat zou de eerste eigenaar midden jaren 70 gelachen hebben als hij dit tafereeltje had kunnen zien. En wat heeft dit shirt meegemaakt? Een zaal vol pogoënde wilden, zweet, bier, kots (en de rest). De museumdames doen of ze een delicate jurk uit de Elizabethaanse tijd onder handen hebben. Prachtig.




In feite is de oorspronkelijke  punkstijl ook weer een concept, verzonnen door Malcolm McLaren (Viviennes toenmalige echtgenoot). Grappig als je bedenkt dat een band als de Sex Pistols met hun anarchistische en anti-establishment imago in feite ook maar een uithangbord was van deze gladde zakenman. Vivienne Westwood zegt het jammer te vinden dat zanger Johnny Rotten (63 inmiddels) nog steeds in die rol is blijven hangen.

woensdag 13 maart 2019

The Famous Town of Catwick

(now a poor village inhabitted by Fishermen...)


Deze Engelse kaart van Nederland (of eigenlijk “The United Provinces of the Netherlands”) uit 1728 zag ik in het Katwijks Museum. Daar is op dit moment een kleine expositie ingericht over de mysterieuze Brittenburg, het verzonken Romeinse fort bij Katwijk aan Zee.


In de linkerbovenhoek van deze kaart staat een schets van de Brittenburg met een korte toelichting. Het fort zou gebouwd zijn door de Romeinse keizer Caligula “upon the German Ocean” bij de monding van de rivier de Rijn, toen een beroemde haven maar nu totaal verzand. Het fort is nog gezien in 1552 en 1562 en het laatst in 1588, toen zijn er ook allerlei voorwerpen en munten gevonden. De tekst besluit met de opmerking dat op ongeveer 1200 passen vanaf dit fort de beroemde stad Katwijk lag, tegenwoordig een arm dorp bewoond door visserlui.

Put that in your pipe and smoke it.

Ik zie dat op deze kaart buurgemeente Scheveningen Schevelingen genoemd wordt. Dat is opvallend, want oude Katwijkers hoor ik wel eens over Skevelinge praten.


De expositie kun je nog zien tot 25 mei 2019.

Over de Brittenburg, “verdronken hoeksteen van het Romeinse Rijk” is onlangs een mooi boek verschenen.

zondag 10 maart 2019

Balk draait Zappa

Vorige maand is Dick Blok (94) overleden. Menigeen zal hem beter kennen als Jaap Balk, de chef van Maarten Koning in de zevendelige roman Het Bureau van J.J. Voskuil. Als romanpersonage een irritante, ongeduldige, eigengereide man. Arrogant en autoritair.

Natuurlijk weet ik niet in hoeverre al deze vervelende trekjes overeenkwamen met de werkelijkheid (als die al bestaat) in de persoon van dhr. Blok, maar Voskuil kennende zal de typering waarschijnlijk treffend geweest zijn. Laten we het erop houden dat hij voldeed aan Voskuils werkelijkheid. Blok zelf herkende zich overigens niet in de knorrige figuur Jaap Balk, uitgezonderd diens geslotenheid. Hij vond Het Bureau maar een saai boek en was vooral verwonderd over alle pietepeuterige details die Voskuil in die jaren moet hebben genoteerd.

Van dit boek bestaat ook een lange hoorspelversie. De stem van Balk ging mij hier zo tegenstaan, dat ik zelfs een complete andere hoorspelserie (Tom Poes) aan mij voorbijgaan moest laten gaan omdat hoofdpersoon Bommel gespeeld werd door dezelfde acteur (Mark Rietman).

Blok volgde in 1965 Piet Meertens (Anton Beerta) op als directeur van dat malle wetenschappelijke instituut waar in die jaren zoveel belastinggeld over, inderdaad, de balk werd gegooid. Voskuil bleef de eeuwige tweede man. Hoe dat gegaan is, kunnen we allemaal teruglezen in Het Bureau. Op de website van het Meertens Instituut staat een lovend in memoriam door Jan Berns (in het boek Huub Pastoors). In de laatste alinea hiervan sneert hij nog even naar J.J. Voskuil.

Dick Blok had drie bekende dochters: Dieuwertje, Tessel en Francine. Zij omschrijven hun vader als een intellectueel, en bourgondiër in eten en drinken. Dat kan. Ergens in Het Bureau zegt zijn tegenhanger Balk dat hij niet veel college gelopen heeft, omdat hij zijn studietijd (geschiedenis) "voornamelijk doorbracht met Wein, Weib und Gesang".

Tessel herinnert zich nog hoe gek haar vader was op muziek, en dan niet alleen klassiek. Hij draaide bijvoorbeeld elpees van Frank Zappa en nam zijn dochters mee naar een van zijn concerten. 

Balk draait Zappa. Sommige dingen zijn te mooi voor een boek.

zaterdag 9 maart 2019

Polderwolf

De terugkeer van de wolf in het aangeharkte plantsoen dat Nederland heet.


dinsdag 5 maart 2019

White Trash Divine


Deze foto uit 1976, getiteld White Trash Divine, zag ik op de expositie van Erwin Olaf in het Fotomuseum. Hij is gemaakt door de Amerikaanse fotograaf Christopher Makos (1948).

Het roept bij mij herinneringen op aan de vroege jaren 80. Deze zelfde Divine was toen in een aantal Europese landen een erg populaire discotravestie act. Het Amerikaanse tijdschrift People noemde hem/haar zelfs Drag Queen of the Century. De oorsprong van dit Europese succes lag in Katwijk, en op het hoogtepunt van haar roem gaf de extravagante diva hier in een kleine discotheek een spetterend optreden. Ik geef toe, dit klinkt allemaal niet zo gebruikelijk.

Het zat zo. 

Divine was het alter ego van de Amerikaanse acteur Harris Glenn Milstead (1945-1988) die in cultfilms regelmatig vrouwenrollen speelde. Vanaf 1981 ging hij/zij bij wijze van grap ook zingen en zelfs een plaat (Born to be cheap) uitbrengen.

De tweede single Native Love (step by step) werd in Nederland uitgebracht door de kleine Katwijkse platenmaatschappij Van den Bosch en Nieuwkoop. Deze plaat werd niet op de radio gedraaid, maar was toch een onverwacht succes in de Top 40. Er werd contact opgenomen met New York en Divine, die toch in Europa moest zijn voor een filmfestival, wilde daar best een korte tournee aan vastplakken. Deze optredens, voornamelijk in het gay-circuit en discotheken, werden zeer enthousiast ontvangen. Dat was het begin en via Duitsland werd de travestie-act ook in andere Europese landen populair.

Foto uit het Leidsch Dagblad van toen. Divine met de heren van het Katwijkse Breaklabel.

Op 31 januari 1983 werd in discotheek Maribel aan de Katwijkse Boulevard een gouden single van Shoot Your Shot uitgereikt. Meer dan 100.000 plaatjes waren er verkocht van dit nummer dat ook al niet op de Hilversumse radio te horen was geweest.

Het laatste wat ik van Divine zag was in de film Hairspray (1988). Zij had de rol van de aardige moeder van de hoofdpersoon. Een andere (nare) moeder werd gespeeld door Debbie Harry (Blondie). Dat jaar zou Divine een rol krijgen in de serie Married…with Children, als de moeder van Peggy Bundy. Maar daar is het door haar overlijden niet meer van gekomen.

zondag 3 maart 2019

Mark Hollis (1955-2019)

Take good care of what the priests say
'After death it's so much fun'   
                                               (Mark Hollis, Happiness is easy)


Ergens in 1986, terug van een rijexamen (gezakt) onderweg naar huis, zag ik achter de ruit van de kleine platenwinkel deze (voor mij op dat moment) zeer relativerende prachthoes hangen. Liefde op het eerste gezicht. The Colour of Spring, een nieuw album van Talk Talk. Onmiddellijk gekocht natuurlijk en eenmaal thuis, met mijn jas nog aan, op de draaitafel gelegd. Het werd een van mijn lievelingsplaten en is dat vandaag nog steeds.

Hoes en binnenhoes. Rechts op de foto Mark Hollis.

Talk Talk krijgt vanwege de hits vaak het etiket ‘jaren 80’ opgeplakt. Maar vanaf The Colour of Spring is hun muziek is volstrekt tijdloos en niet in te delen. Je moet er wel van houden natuurlijk. Ik draaide cassettebandjes en mijn collega’s van toen vonden het ‘geen gehoor’.

Mark Hollis 1988.

En in een knipsel uit die tijd wordt een Bart Chabot (‘like punk never happenend!’) aangehaald die tekeergaat over de, in zijn ogen, jaren-zeventigmentaliteit van Talk Talk. Serieuze pop, stelletje hippies! 
De volgende twee platen zijn nog vreemder. Veel fans haakten toen af, ik ben het alleen maar mooier gaan vinden en tegenwoordig worden ze in het algemeen als meesterwerk beschouwd.

Deze week overleed Talk Talk zanger Mark Hollis, de man met de bijzondere stem. 64 jaar pas, maar al twintig jaar van de radar verdwenen.