zondag 29 januari 2017

Jan Kruis 1980


Vorige week is Jan Kruis (83) overleden. Na Peter van Straaten verloor Nederland in korte tijd opnieuw een belangrijk tekenaar. Mijn bewondering voor Jan Kruis berust waarschijnlijk voor een groot deel op jeugdsentiment, maar als ik nu wat van zijn oude stripverhalen erbij pak valt me op dat die nog steeds staan als een huis. Erg grappig en met een onmiddellijk herkenbare eigen stijl.

Mijn moeder las Libelle en daardoor heb ik de ontwikkeling van zijn strip Jan, Jans en de kinderen vanaf het het allereerste begin in 1970 kunnen volgen. Een enorm gezellige strip over de dagelijkse belevenissen van een (in mijn ogen) normaal, doorsnee gezin. De twee kinderen, Karlijn en Catootje, waren mijn leeftijdgenoten die tegelijk met mij (ietsje) ouder werden. Voor Jan Kruis was zijn eigen gezin (echtgenote Els en dochters Leontine en Andrea) de grootste inspiratiebron voor de avonturen van zijn stripgezin Tromp.

De bekende rode MG uit de stripverhalen, hier in Breda 1980.

Ik heb Jan, Jans en de kinderen jarenlang gevolgd, maar op een gegeven moment hield ik het voor gezien. Ik vond al die nieuw geïntroduceerde bijfiguren minder leuk, miste gaandeweg de typische jaren 70 sfeer in de verhaaltjes en het belangrijkste natuurlijk: ik was zelf ouder geworden, terwijl de stripkinderen in hun stripleeftijd bleven hangen.


In 1970 nam Jan Kruis ook nog de bekende stripreeks Sjors en Sjimmie over. Dat heeft hij erg goed en vernieuwend gedaan, met een moderne, acceptabele Sjimmie (dus geen dom negertje met een raar accent). Zij beleefden hun avonturen op het eiland Schiermeeuwenoog. Na twee albums droeg Jan Kruis het stokje weer over aan een andere tekenaar. Erg jammer vond ik dat toen (en nu), de verhalen waren humoristisch en spannend en ademden op een bepaalde manier veel Jan, Jans. Een van de hoofdpersonen, Sally, leek zelfs sprekend op Jans.


In 1980 werd aan Jan Kruis de Stripschapprijs toegekend en was hij de eregast op de Striptweedaagse in Breda. Jan, Jans en de kinderen bestond precies 10 jaar en er waren inmiddels 10 albums verschenen. Daarvan waren er toen al meer dan een miljoen verkocht!


Uitgever Joop Wiggers en Els Kruis (Jans)

Jan Kruis met uitgever Joop Wiggers in Breda.

In Het Turfschip stonden dat weekend onder andere stands van uitgevers, stripwinkels en antiquariaten en er waren veel tekenaars aanwezig. Het was een heel andere tijd dan nu, geen games, geen internet, en strips waren ontzettend populair. Het was een buitenkansje om die tekenaars eens te kunnen zien en zelfs spreken, zeker als ze uit de belangrijke striplanden België of Frankrijk kwamen. En natuurlijk liet je dan gelijk een album signeren, liefst met een tekening er bij.

Jan en Els (Jans) Kruis in de rode MG, Breda 1980.

Later heb ik de hele familie Kruis nog eens gezien tijdens de stripdagen in Den Haag, dat moet in 1988 geweest zijn. De dochters van Jan, Leontine en Andrea, stonden in een kraam boeken te verkopen. Ik heb waarschijnlijk totaal gefascineerd staan staren. Deze inmiddels duidelijk volwassen dames waren ooit Catootje en Karlijn! En het was of ik ze heel goed kende, zoals klasgenoten of buurkinderen van vroeger.

vrijdag 27 januari 2017

Vroeg groen


Al een paar dagen prachtig weer (kou/zon), de vogels fluiten en in onze tuin steken de eerste bloembollen hun kopje boven de grond. Is dat vroeg? Ik weet het niet, ik heb nooit eerder een (echte) tuin gehad en vind alles prachtig. Tijdens de verhuisdrukte heb ik toch nog wat bollen kunnen planten, een geheel nieuwe ervaring.  Misschien ontdek ik nog onvermoede groene talenten bij mezelf.

woensdag 25 januari 2017

Verzin toch een list jonge vriend!


Ik kan er niets aan doen. Als ik Van der Steur zie, moet ik altijd onmiddellijk aan Bommel denken. Zelfde postuur, zelfde uitdrukking, woont ook in een kasteeltje en vooral: het talent om zich keer op keer buitengewoon dom in de nesten te werken. Zijn jonge vriend Rutte (Tom Poes) moet hem daar dan weer uit zien te redden. Verzin toch een list! Het plaatje is compleet met de trouwe bediende Joost (hier met dienblad) in het midden.

maandag 23 januari 2017

Schetser, chipper, consulent

Op dit moment lees ik met veel plezier Jasper en zijn knecht, van Gerbrand Bakker (Privé-domein, 2016). Het is een soort dagboek over zijn dagelijks leven in de Eifel in het jaar 2015. Schrijver Gerbrand Bakker is een boerenzoon en blikt in dit boek ook terug op zijn jeugd. Op blz. 11 lees ik:

"Een ander boerenberoep dat echt niet meer bestaat is de schetser. Die kwam als er een kalf geboren was, en hij had een boekje met daarin voor één kalf drie voorgedrukte tekeningen. Kleurplaten waren het eigenlijk, van de twee zijkanten en de kop. Hij schetste het (zwart- of roodbonte) kalf zo precies mogelijk na, zodat de koe altijd herkend en teruggevonden kon worden. Die schetser was in dienst van de fokvereniging, hij kwam dus alleen stamboekvee tekenen. Niet-stamboekvee kon zonder ooit ergens bekend te zijn verhandeld worden, of geslacht, of wat dan ook. De schetser is vervangen door grote, lelijke labels in de oren van de kalveren. Als ik vijftig jaar eerder was geboren had me dat een geweldige baan geleken, kalveren schetsen."

Maar hier vergist Bakker zich toch echt. Het beroep schetser bestaat nog wel degelijk, in ieder geval in de paardenwereld, maar tegenwoordig heet zo iemand een paspoortconsulent. Die komt langs namens het stamboek als er een veulen geboren is, om de aftekeningen op papier te zetten. Dit gebeurt niet bij alle paardenrassen, soms wordt volstaan met alleen een beschrijvende tekst van de kenmerken van het pasgeboren paardje, zoals bijvoorbeeld de vorm van een bles.

Voor alle paarden in Nederland is het zogenaamde paardenpaspoort verplicht en ook een chip met een unieke code (voor identificatie en registratie). Deze transponder krijgt een paard als veulen in de hals geïmplanteerd.

Hier zie je een bladzijde met schetsen uit een paardenpaspoort:


En zo ziet het er in het echt uit:


Deze fraaie Haflinger heeft een wit voetje en mag daarom in Nederland niet als fokhengst gebruikt worden. Dat is per land verschillend. In Duitsland en Oostenrijk heeft het stamboek daar totaal geen problemen mee, hoewel ze daar ook erg streng kunnen zijn. Het schijnt dat een paar jaar geleden nog mooie, kerngezonde dieren met kleine "rasafwijkingen" vanuit het Haflinger-walhalla Ebbs (Oostenrijk) werden afgevoerd naar de salamifabriek in Italië. Ik weet niet wat daar van waar is en hoe het er tegenwoordig aan toegaat, maar toen was het een groot schandaal.

zondag 22 januari 2017

Kijktip voor vanmiddag


Kijktip voor vanmiddag: Heart of a Dog, half vier op NPO2.

De sfeervolle trailer staat  hier.

Heart of a Dog is een documentairefilm van musicus/beeldend kunstenaar/performer Laurie Anderson, opgedragen aan haar overleden echtgenoot Lou Reed.

In een stream of consciousness-vertelling schetst Anderson de impact van het overlijden van haar hondje Lolabelle en analyseert liefde en gemis. Heart of a Dog focust op de bardo, de periode na het overlijden waarin volgens de boeddhistische leer de identiteit van een mens of dier verloren gaat en het bewustzijn zich opmaakt voor de overgang naar een andere levensvorm.

donderdag 19 januari 2017

Inflatulentie


Vandaag zakt de spaarrente in Nederland naar het historische dieptepunt van 0,25%

Intussen wordt er nog steeds elke maand 80 miljard euro "bijgedrukt" door de Italiaanse meneer Draghi van de ECB. Allemaal windhandel en lucht. En waar blijft al dat geld dan? Lees dat maar eens na in de krant of op het internet. Daar wordt je niet zo vrolijk van. Een ragfijn spel, om met Marten Toonder te spreken.


Daarom (opdat wij niet vergeten) nog maar eens twee bankbiljetten uit de periode van de hyperinflatie in Duitsland. Bijvoorbeeld deze Reichsbanknote van maar liefst 1000 miljard (een biljoen) Mark! Zoveel rentepunten zijn er waarschijnlijk niet eens in omloop in Nederland.


Een gerelateerde blogpost (met een bijzonder bankbiljet) vind je  hier.

maandag 16 januari 2017

Maarten 't Hart: De moeder van Ikabod


Eerlijk gezegd dacht ik na Magdalena (2015) dat Maarten 't Hart een beetje op zijn retour was, maar daar kom ik nu na het lezen van zijn laatste boek De moeder van Ikabod (2016) op terug.

Deze leuke nieuwe bundel bevat verhalen met uiteenlopende onderwerpen, zoals de verkoop van zijn huis in Leiden, een renovatie, een uitvaart, een kerkdienst, een ontmoeting op de markt en een muziekavond bij vrienden. Alle verhalen zouden "nieuw" zijn, maar het eerste verhaal De stiefdochters van Stoof heb ik ook al eens als aparte uitgave kado gekregen.

't Hart heeft soms de neiging tot wijdlopigheid en komt misschien daarom in korte verhalen nog het mooist tot zijn recht. Hij moet dan eerder to the point komen en doet dit zonder daarbij zijn bekende gezellig-montere schrijfstijl in te leveren. Juist in zijn verhalen vind je de voor hem kenmerkende sfeer goed terug. Nostalgie is nooit ver weg. Het zijn vaak tragikomische gebeurtenissen en ontmoetingen met een sterk autobiografisch gehalte, waarbij je de verbazing van de hoofdpersoon proeft. Hij reageert gelaten en lijdzaam op de dingen die hem nu weer overkomen. Het is geschreven in een soort spreektaal en leest daarom prettig en snel weg.

Nederlandse recensenten kunnen daar vaak nogal zuur over doen, Arjan Peters voorop. Als zoveel (gewone) mensen het leuk vinden, kan het nooit literatuur zijn, zal zijn mening wel zijn. Volgens hem heeft het "een hoog Swiebertje gehalte". 't Hart heeft dan ook nooit een belangrijke Nederlandse literaire prijs toegekend gekregen. In Duitsland wordt hij kennelijk beter gewaardeerd, Der Spiegel noemt hem een 'wunderbar altmodischer Erzähler'.

En ja, zijn manier van schrijven en vooral de uitdrukkingen die hij gebruikt hebben iets ouderwets. Vreemd genoeg gebruikt hij vaak woorden waarvan ik dacht dat het typisch Katwijks was. Bijvoorbeeld "waarnemen", maar dan in de betekenis van een gelegenheid benutten of een kans grijpen. In deze bundel kwam ik ook nog "te met" (bijna) tegen en "ik geloof al z'n leven dat.." Waar hoor je dit verder nog? Maassluis en Katwijk lijken misschien meer op elkaar dan je op het eerste oog zou verwachten. Verder is de door 't Hart beschreven refocultuur uit zijn jeugd erg herkenbaar en vergelijkbaar. Alleen dat al maakt zijn boeken aantrekkelijk voor veel mensen uit deze regio. Daar komt bij dat hij hierin veel milder is dan een Wolkers, die schuimbekkend tekeer kan gaan en veel minder zwaarmoedig dan bijvoorbeeld een Siebelink.

Ik ben een groot liefhebber van van zijn boeken en heb, op de twee of drie componistenbiografieën na, alles van hem gelezen. Met de persoon 't Hart heb ik soms iets meer moeite. De drammerig eigenwijze toon als hij het over boeken of vooral over muziek heeft. Het gebrek aan bereidheid om zijn eigen mening bij te stellen, daarin is hij toch meer Calvinist dan hij zelf zou toegeven. Maar daarom wellicht is hij een graag geziene tafelheer bij praatprogramma's, hoewel tegenwoordig weer wat minder.

Lang geleden heb ik de toch bijzonder krenterige 't Hart een keer zo ver gekregen dat hij me een gesigneerd boek toestuurde, afkomstig van zijn eigen zolder, het stof er nog op. Maar dat is een verhaal voor een ander stukje. En jaren daarna bleek mijn lieve ex-collega F. een goede huisvriendin van Maarten 't Hart te zijn, die zelfs in enkele verhalen van hem voorkomt. Zij heeft mij eens aan hem voorgesteld. Waterige blauwe ogen en een krachtige handdruk, van al dat tuinieren natuurlijk.

vrijdag 13 januari 2017

Dikke, dunne of dode koniks


Deze jongens kwamen we een keer tegen toen we in de buurt van het Panbos een duinwandeling maakten. De iets te dikke konikpaarden leven hier "in het wild" (voor wat dat waard is in Nederland tenminste). Ik heb de foto's uit 2015 er speciaal nog eens bijgezocht na het (opnieuw) bekijken van de prachtige natuurfilm De nieuwe wildernis. In deze documentaire volg je onder andere het wel en wee van een enorme kudde koniks tijdens een barre winter. Afzien en ontberen en dus aanmerkelijk dunnere paarden dan deze goudvinken bij het Panbos.


De nieuwe wildernis (2013) is gefilmd bij de Oostvaardersplassen, het natuurgebied in Flevoland, dat op dit moment weer volop ter discussie staat. De ondernemers van de VVD en de rentmeesters van de SGP hebben elkaar gevonden in een plan om toerisme in dit gebied te bevorderen, bijvoorbeeld met vakantiehuisjes op het water. Leuk tussen de Bambi's. Er lopen dan natuurlijk wel flink wat grote grazers (koniks) in de weg, maar die kunnen mooi worden afgeschoten. Daar zijn ook altijd genoeg liefhebbers voor te vinden. Wel jammer dat daarna het hele ecosysteem in dit gebied in elkaar klapt, maar gelukkig hebben we de film nog.



dinsdag 10 januari 2017

Topolino


Alvast een voorschot op het voorjaar!

Naast Hans in zijn blauwe FIAT Topolino.
Een rit met de Topolino Club Nederland.


(Loon Dance, November Sea (2005).
Tekst en muziek: Josine Vingerling)


zaterdag 7 januari 2017

Klakkebosse

Volkskrant 5-1-'17

Mededelingen en aanwijzingen in een dialect of streektaal kunnen erg grappig zijn. Deze foto werd laatst ingezonden door een Brabantse lezer van de Volkskrant.

Ik vroeg me af hoe deze tekst in het Katwijks zou klinken. Leendert zal het wel weten. Ik kwam een heel eind, maar wist eigenlijk geen Katwijks woord voor 'vuurwerk'.

Ik dacht terug aan ome Wullem, eigenlijk een oom van mijn moeder. Vele jaren geleden rond oudjaar hoorde ik hem klagen over jongens die "mit klakkebosse" aan het gooien waren. Hij bedoelde rotjes en afgezien van het het lawaai en risico vond hij het een verspilling van hun goede guldens. Hij vond dat ze er beter een "end worst" voor hadden kunnen kopen.

Klakkebosse dus. Dat klonk behoorlijk Katwijks, zeker uit ome Wullems mond. En het was de eerste en gelijk ook laatste keer ooit dat ik iemand dit prachtige woord heb horen gebruiken. Maar bij nader googelen nu blijkt het toch 'gewoon' een oeroud Hollands woord voor vuurwerk te zijn. En in Vlaanderen is een klakkebus een proppenschieter.

Hoe is dit antieke woord bij onze ome Wullem terechtgekomen, die het ook nog eens op het juiste moment uit zijn woordenschat wist op te diepen?

woensdag 4 januari 2017

Drie baby's en een paard


Museum Kampa, Praag.


Three bronze babies, David Cerny.


Red Horse Man, artist unknown (to me).


Museum Kampa:  hier

Meer David Cerny:  hier

zondag 1 januari 2017

Hee Leonard


Hey, that's no way to say goodbye

Hee Leonard, je wordt gemist.
Deze druilerige nieuwjaarsdag bekeek ik nog eens je concert in Londen.
En gisteravond draaide ik je oude lp's.
Sentiment.

In de week van je overlijden verdween ook onze adoptieduif Lenny spoorloos.
Dubbel gemis.

Een paar dagen voor je Live in London concert (2008) zag ik je optreden in Amsterdam, in het park.
Een prachtplek, van heel dichtbij.
Sensatie.

Veel herinneringen aan dat jaar, een totaal ander leven. En iedereen was er nog.

Jíj had die Nobelprijs moeten krijgen. Als vaak gecoverde enige echte poppoëet en wereldwijd geadoreerde knuffelbejaarde.
Duidelijk.

Je sprak het commentaar bij een documentaire in. Hopelijk herinner je je in de Bardo de teksten nog.