dinsdag 25 februari 2014

Kicks voor niks


Reclamefolders kunnen voor mij een eindeloze bron van vermaak zijn. Bijvoorbeeld die voor goedkope busreizen, met halverwege zo'n vrijwillig verplichte verkoopdemonstratie met peperdure dekbedden, pannensets of massagematten. Heerlijk vind ik dat. Folders van (Duitse) supermarkten scoren ook geweldig. Aanbiedingen van 'alcoholvrije wijn' en nog mooier: 'geparfumeerde vuilniszakken'.

Tja, stankvrees. Iemand vertelde me dat er in Japan pillen te koop zijn waardoor je ontlasting niet stinkt. Navraag bij wat Japanreizigers in mijn omgeving gaf geen uitsluitsel hierover: nooit gezien, maar ook niet verbaasd als ze zouden bestaan. Er zijn daar wel (openbare) toiletten gesignaleerd met knopjes voor geluiden die jouw persoonlijke geluiden overstemmen.
Iemand anders vertelde me dat de toiletten in de (betere) Japanse hotels een behoorlijk futuristische ervaring kunnen zijn, met veel knopjes en mogelijkheden. Of je een ruimteschip binnenloopt.

En dat doet me dan weer denken aan André Kuipers. Die was laatst in Naturalis om vragen van kinderen te beantwoorden. En natuurlijk wil iedereen dan weer weten hoe een astronaut in de ruimte poept en plast. Dat is een vrij ongemakkelijke aangelegenheid, niet bijzonder futuristisch. Ik denk dat de gemiddelde astronaut een moord zou doen voor zo'n ouderwetse groene buitenplee.

Misschien kunnen we hier in de toekomst wat meer over vernemen nu Midas Dekkers dit onderwerp weer salonfähig heeft gemaakt. Zijn nieuwe boek De kleine verlossing of de lust van ontlasten ligt hier op de stapel.

donderdag 20 februari 2014

Robert Graves: Goodbye to all that



In dit herdenkingsjaar van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) las ik de klassieker Goodbye to all that van de Engelse dichter en schrijver Robert Graves (1895-1985), die in Nederland vooral bekend is van de Claudiusboeken.

Goodbye to all that (1929), hier verschenen onder de titel Dat hebben we gehad, is de autobiografie die Graves al op 33 jarige leeftijd schreef, door geldnood gedreven (alimentatie, emigratieplannen en een nieuwe vriendin) in een moeilijke periode van zijn leven: ruzie met zijn vrienden, problemen met justitie en huiselijke crisis. Het is een afscheid, of beter een venijnige afrekening met zijn Victoriaanse opvoeding en nare kostschooltijd, maar vooral met de oorlog en het Engeland daarna, waar hij zich niet meer thuis voelde. Goodbye to all that werd goed verkocht en Graves vertrok naar Majorca. In 1957 heeft hij het boek ingrijpend gewijzigd en herzien.

Robert Graves werd geboren in een welgestelde familie. In het eerste deel van de autobiografie vertelt hij over zijn geprivilegieerde jeugd in de betere Engelse klasse, zijn vorming tot gentleman en het vreselijke kostschoolleven met de onvermijdelijke homoseksuele relaties en sport, veel sport. Iets minder boksen en bergbeklimmen was mij welkom geweest.

Als in augustus 1914 de oorlog uitbreekt tekent hij, om niet naar Oxford te hoeven, onmiddellijk als vrijwilliger. Net als veel anderen denkt hij dat het voor de kerst van dat jaar allemaal wel weer voorbij zal zijn. De beschrijvingen van zijn persoonlijke ervaringen aan het front, in de Franse en Vlaamse loopgraven, zijn indrukwekkend. De zinloze opoffering van mensenlevens, het gifgas, de chaos en wanhoop, de wreedheden en oorlogsmisdaden, het onbenul van de hogere officieren. Alles wordt verteld op tamelijk koele en emotieloze toon, gedistantieerd, zelfs bij de meest macabere details. De humor is grimmig, de anekdotes over de legercultuur absurd.  Ik denk dat de makers en bedenkers van de serie Blackadder IV dit boek goed gelezen hebben. Het sarcasme druipt er soms vanaf.


Graves' middle name, Von Ranke, leidt tot veel wantrouwen. Zijn moeder is een Duitse en zijn familie vecht (en sneuvelt) aan de andere kant. Hij beschouwt de Duitsers als betere soldaten, veracht de Franse bondgenoten en wantrouwt de Belgen. Toch toont hij zich telkens opnieuw een groot patriot. En zo zijn er meer tegenstrijdigheden te bespeuren. Enerzijds toont hij de verschrikkingen van de oorlog en ondergraaft hij het militarisme, anderzijds hekelt hij pacifisten en weigeraars. Hij neemt nergens afstand van het militaire regime en ook bij hem gaat de regimentseer voor alles. Bij de Slag aan de Somme (1916) raakt hij ernstig gewond.

Het laatste deel van het boek maakt een afgeraffelde indruk. Het beschrijft de jaren na de oorlog, met veel namedropping en ontmoetingen met figuren uit de literaire en society wereld, zoals Siegfried Sassoon en T.E. Lawrence ("of Arabia"). Graves kan duidelijk zijn draai niet meer vinden en noemt zich zelfs enige tijd een socialist, maar komt tegelijkertijd toch erg klassenbewust en hooghartig over. Ook hier tegenstrijdigheid.
Hij bespot het elitaire wereldje waarin hij leeft, maar geneert zich niet om in allerlei situaties gebruik te maken van de vele kruiwagens. Ons kent ons. Zijn eerste vrouw Nancy is een felle feministe, die met haar onpraktische gedrag een beetje doet denken aan Nicolien uit de boeken van J.J. Voskuil.

Er blijft veel verborgen in dit boek, Robert Graves geeft zich niet echt prijs. Toch vind ik het een absolute aanrader, alleen al vanwege het aangrijpende ooggetuigenverslag vanuit de loopgraven. Een document.

zaterdag 15 februari 2014

Six degrees of seperation


Er is een theorie, six degrees of seperation genaamd, die stelt dat alle mensen via een netwerk van maximaal vijf tussenpersonen, of bijvoorbeeld handshakes, met elkaar verbonden zijn.
Dus stel, je zou de hand kunnen schudden van iemand die ooit de hand schudde van iemand die de hand schudde van... enzovoort, en dat dan tot je bij bijvoorbeeld Obama uitkomt. Ik zeg maar wat. En Obama zou dan niet meer dan vijf van deze handshakes van je verwijderd zijn. En behalve voor Obama zou dat dan gelden voor wie dan ook ter wereld.

Eerlijk gezegd lijkt mij dat nogal sterk. Volgens deze theorie zou ik dus vijf handjes afzitten van bijvoorbeeld een inboorling van Papua Nieuw Guinea, of een nomade in de Gobiwoestijn. Mensen met een minimum aan contact. Aan de andere kant wordt de theorie juist aannemelijker als er een beroemd iemand in de lijn zit. Zij schudden namelijk veel handen, vooral met weer andere beroemde mensen. Dat werkt katalyserend, dat schiet lekker op.

Toen ik voor mezelf eens naging hoeveel mensen in mijn omgeving ooit een handje hadden geschud met een celebrity, leverde dit toch nog een uiterst verrassend lijstje op. En zo bleek ikzelf slechts één handshake verwijderd van beroemdheden als Richard Nixon, prins Charles, koningin Beatrix, Freddy Heineken, Paul McCartney en (de mooiste): Haile Selassie. Niet te geloven!

Als je deze lijn dan doortrekt, zit ik via Heineken twee handshakes van Frank Sinatra, en via Beatrix en Charles bestrijk je een enorm terrein van royalty en historische figuren. En wat te denken van Paul McCartney. Met Haile Selassie zit ik ineens twee handshakes van Churchill, maar ook van een Mussolini. Bizar als je hierover door gaat fantaseren. Vreemd genoeg ben je veel sneller verbonden met een schijnbaar onbereikbare beroemdheid, dan met een Jan met de pet.

Een leuke variant op dit alles is de hand schudden van een auteur wiens werk je goed kent. Zo ben ik een keer voorgesteld aan Maarten 't Hart, die veel autobiografisch getint werk schrijft. Door hem de hand te schudden maakte ik een soort connectie met al die figuren in zijn verhalen en romans.

Storm


Het strand vanmiddag. In de verte ligt Noordwijk.

Op deze foto kun je duidelijk zien dat de zee (linksboven) veel hoger ligt dan het strand (rechtsonder). Leve de kustversterking!

woensdag 12 februari 2014

Het ophangen van de nageboorte van het paard en andere cultuurverschijnselen


Mijn dag is weer goed! In de Volkskrant van vandaag staan zowel de 'nageboortekaart van het paard' als de 'kabouterkaart' afgedrukt. Lezers van J.J. Voskuils Het Bureau weten dan genoeg.
En voor de echte liefhebbers staan er sinds kort nóg zo'n 17 duizend van dergelijke etnografische en taalkundige kaarten online op de website van het Meertens Instituut. Dat is dus smullen van een keur aan informatie waarvan doel en praktisch nut, voor mij althans, zelden onmiddellijk duidelijk zijn. Bijeenvergaard in een tijd dat het overheidsgeld in Nederland kennelijk niet op kon. De kaartenbank vind je hier.

zaterdag 1 februari 2014

Danny



There is no Xmas in February (Lou Reed)

Vandaag is het alweer februari en bij ons staat de kerstboom nog!
Decoratie, ballen, lichtjes, geheel compleet. Aftuigen was geen optie. Het plan was om te wachten op de eerste sneeuw, zo halverwege januari, om dan de kerst nog eens dunnetjes over te doen.
Helaas, geen sneeuw te bekennen en de (kleine) boom heeft inmiddels een plek veroverd in het huishouden. Ruikt heerlijk, prachtig groen en er is nog geen naald gevallen. Inmiddels is hij zelfs gaan uitbotten.

Men vindt ons mal, of in het gunstigste geval excentriek. Een collega vroeg me zelfs of de boom ook vanaf de straat te zien is. Afwijkend gedrag okay, maar dan wel met de gordijnen dicht.
We zijn dan ook rijkelijk laat vergeleken met de rest van Nederland. Driekoningen (6 januari) schijnt gebruikelijk te zijn, maar de meeste mensen doen de boom rond de jaarwisseling de deur uit.

Hoe verder? Weggooien van deze levende plant kunnen wij niet aan. Zodra het weer het toelaat kan hij buiten staan in een pot, tot december voor een tweede ronde als kerstboom.