woensdag 29 januari 2014

Top Down

Hier in de straat is het de laatste dagen een komen en gaan van motoragenten, zwaailichten en politiefluitjes. Het verkeer wordt geblokkeerd en dan passeren er donkere auto's omringd door nog meer motoragenten.

Wat nu? Woon ik ineens aan een sluiproute voor bobo's of betreft het hier oefening & spel? Ik denk het laatste, want binnenkort worden hier in de regio 58 staats- en regeringsleiders verwacht, met in hun kielzog nog eens 7000 medewerkers en delegatieleden, zeg maar sub-bobo's. Dit alles in verband met de nucleaire veiligheidstop die in Den Haag wordt gehouden. In maart bevindt zich dan in deze omgeving het grootste aantal wereldleiders per vierkante meter en dát zullen we weten!

Er worden 13.000 politiemensen ingezet, marineschepen voor de kust en AWACS van de NAVO in de lucht. Verder schijnt er sprake te zijn van luchtafweergeschut. Dat zal dan wel op het voormalig vliegveld Valkenburg bij Katwijk komen denk ik, want burgemeester W. deed daar erg besmuikt over. Intussen staat de hele streek al stijf van de beveiligingscamera's, alleen de avondklok ontbreekt nog. Voor Obama is het allemaal nog niet veilig genoeg, die zal op een oorlogsschip voor de kust overnachten.

Hoe zal dat straks gaan met de mensen die gewoon braaf naar hun werk willen die dagen? Het hart van de randstad wordt twee dagen stilgelegd. Al die lege hoofdwegen, wat betekent dat voor onze economie?

Mocht Obama in zijn gepantserde limousine, The Beast, alsnog kiezen voor de sluiproute door onze straat, dan juich ik dat van harte toe. Jaren geleden reed Koningin Beatrix hier even voorbij, en dat was toen aanleiding om alles wat mogelijkerwijs in Haar Blikveld had kunnen komen, van gemeentewege eens flink te poetsen en te schilderen. Als Obama voor een dergelijke update kan zorgen, dan graag.

maandag 27 januari 2014

De Emmaüsgangers


De expositie van Hollandse meesters in New York brak alle records, las ik in de krant. Mensen stonden uren in de rij om vervolgens snel langs de 17e eeuwse topstukken te worden geloodst. Vooral Johannes Vermeer bleek immens populair. Daar had er makkelijk een meer kunnen hangen, denk ik dan. Als Han van Meegeren (1889-1947) destijds niet bekend had en zijn vervalsing toegegeven, zou zijn De Emmaüsgangers waarschijnlijk nog steeds doorgaan voor een Vermeer.

Toen ik laatst in Rotterdam was voor de Kokoschka-expositie kon ik het niet laten om ook de vaste tentoonstelling van Boijmans Van Beuningen nog eens te bekijken, en zo stond ik ineens voor dit beroemde en beruchte schilderij. Ik vond het prachtig, en heel bijzonder om het nu van dichtbij te kunnen zien. Het hing op de gang, nogal achteraf in een rare hoek en ik kon mij niet aan de indruk onttrekken dat ze er hier bij Boijmans nog steeds een beetje mee in hun maag zitten. Een besmet schilderij met een gênant verleden.

540.000 gulden hebben ze er voor neergeteld, destijds (1938) een groot bedrag. Toen het bedrog uitkwam gaf dit een groot schandaal. Woedende kunsthistorici en kenners die in hun hemd waren gezet, gezichtsverlies, gehavende imago's en vooral geknakte ego's. De toenmalige directeur van Boijmans heeft tot aan z'n dood beweerd dat het schilderij echt was en Van Meegeren heeft om de rechters te overtuigen in zijn cel nog een extra Vermeer (zijn zevende) moeten schilderen.

Van de een op de andere dag was het werk gedegradeerd van "meesterwerk", "het mooiste doek van Vermeer ooit", tot "een prutswerk van een tweederangs artiest". En dat vind ik dan nog het meest opmerkelijk van het hele verhaal. Het schilderij bleef immers hetzelfde, alleen het naamkaartje werd veranderd.

donderdag 23 januari 2014

Neil Gaiman: De oceaan aan het einde van het pad


Hoewel de Engelse schrijver Neil Gaiman (1960) een veelzijdig bestsellerauteur is, had ik tot voor kort niet van hem gehoord. Ik was niet bekend met zijn oeuvre dat voornamelijk bestaat uit fantasy, horror, strips en kinderboeken. Niet echt mijn genres, maar laatst trok hij toch mijn aandacht toen ik de prachtige stopmotion animatiefilm Coraline zag, gebaseerd op zijn gelijknamige kinderboek uit 2002. Zijn naam bleef hangen, en daarom wilde ik De oceaan aan het einde van het pad ook wel lezen toen dat eind vorig jaar uitkwam.

Dit boek is voor volwassenen geschreven, maar dompelt ze onder in de kinderwereld. Zo voelde ik mij teruggevoerd naar mijn kindertijd, als een kind met een spannend kinderboek. Een geweldige ervaring en een groot compliment voor deze schrijver. Ik werd het verhaal in getrokken en las het in een adem uit. Het is lang geleden dat ik op een dergelijke manier van een boek genoten heb. Hiermee bevind ik mij in goed gezelschap, want zelfs de oerserieuze Wim Brands (VPRO Boeken) was uitermate lovend over dit toch wel merkwaardige boek. Het is bijna een sprookje, en die waren in de eerste instantie ook niet voor kinderen geschreven.

Een man keert, in verband met een begrafenis, na lange tijd terug naar de omgeving van zijn jeugd. Als zevenjarig jongetje beleefde hij hier een wonderbaarlijk avontuur, dat resulteerde in de verdwijning van zijn buurmeisje.
Het huis waar hij woonde (aan het begin van het laantje) blijkt nu afgebroken, de boerderij van Lettie (aan het einde van het laantje) is er nog. Het hele verhaal speelt zich overigens af in deze beperkte omgeving.
Lettie Hempstock is het buurmeisje dat "al heel lang 11 jaar is". Zij woont met haar moeder en oma in de oeroude boerderij aan het einde van de bewoonde wereld. In dit vrouwendomein heerst een raadselachtige, magische sfeer. Ik moest aan Vrouw Holle denken. De oceaan uit de titel is de vijver achter hun huis. Bij deze vijver verzinkt de man in gedachten en herinneringen aan de mysterieuze gebeurtenissen van toen. De vijver, het water, als metafoor voor het onbewuste.

Vanaf hier wordt het verhaal vertelt vanuit de belevingswereld van het zevenjarige jongetje (een naam wordt niet genoemd). Hij is slim, vastberaden en eigenwijs, zoals de hoofdpersoon van een kinderboek hoort te zijn. En dat komt goed uit, want zijn ouders tonen zich niet erg begripvol of standvastig en hij moet voor zichzelf opkomen.


Dit ontroerende verhaal over ware vriendschap en opoffering, is semi-autobiografisch. Neil Gaiman noemt het zijn meest persoonlijke boek. Het huis, het laantje, het innerlijk van het jongetje zijn hetzelfde als bij hem, maar de jeugd niet. Hoe de jeugd van Gaiman dan wel verlopen is weet ik niet, maar die zal ook niet doorsnee zijn geweest. Als zevenjarige werd hij van school gestuurd omdat zijn ouders lid waren van de Scientology-beweging. Gaiman zelf heeft hier overigens niets mee.

Als je dit boek indeelt als fantasy, doe je het toch echt te kort. Het overstijgt dit genre ruimschoots. Magisch realisme zou kunnen, beelden uit het onbewuste lijken hier deel uit te maken van de werkelijkheid. Laat ik het maar houden op een combinatie van realisme en fantasie, er is genoeg ruimte om er zelf betekenis aan te geven. Belangrijk is dat het voor deze zevenjarige realiteit was op dat moment. Gaiman vindt dat de wereld waarin we als kind leefden een wereld is die literaire genres overstijgt, een wereld die simpelweg bestond en waarin wij ons best deden ons staande te houden. Voorin het boek staat dan ook een citaat van Maurice Sendak met een dergelijke strekking.

Ik vind het geen boek voor de e-reader, daarvoor is de vormgeving te mooi. De afbeelding bijvoorbeeld op de stofomslag, of de glittertjes op de harde kaft. Maar dan moet je er wel snel bij zijn, want ik heb begrepen dat dit alleen bij de (Nederlandse) eerste druk het geval is. En misschien is het nog leuker om het boek in de originele taal te lezen, want de sfeer is ontzettend Engels.

zondag 19 januari 2014

Vegetarische T. rex


Als je van dino's houdt, kun je ook nog naar Petersburg in Kentucky, USA. Sinds 2007 is daar het Creation Museum gevestigd.


Uitgangspunt van dit museum is dat de aarde zo'n 6000 jaar oud is en dat de mensen en dinosauriërs gelijktijdig en samen geleefd hebben, in een gezellige Flintstones-achtige setting.
Omdat dit voor velen toch een brug te ver gaat, is het museum op z'n zachtst gezegd omstreden. Desalniettemin komen er jaarlijks zo'n 250.000 mensen op af. De omzet van de museumwinkel alleen al bedraagt bijna 6 miljoen dollar per jaar en een kaartje voor dit creationistische Disneyland kost 30 dollar. Maar dan heb je ook wat, kosten noch moeite zijn gespaard. Voor de opzet van het museum was 27 miljoen dollar beschikbaar, geheel opgehoest door de organisatie Answers in Genesis.





Kinderen mogen gratis naar binnen, zij zijn hier duidelijk de belangrijkste doelgroep. Om hun aandacht te trekken en tegelijkertijd de ongelovige paleontologen te pesten staat het museum vol met grote modellen van dinosauriërs. Het meest opvallend zijn de vegetarische T. rexen.  De museumgids verklaart desgewenst dat de lange, gekartelde tanden bedoeld waren om kokosnoten te openen.

Een andere geniale oplossing vind je in de uitbeelding van de Garden of Eden. Adam en Eva zijn hier, uiteraard, naakt. Om de tere kinderoogjes niet te veel te schaden zijn ze tot aan de schouders in het water gezet.


De virtual tour van het museum vind je hier.

woensdag 15 januari 2014

Maxim Gorki: Jeugdherinneringen


Vorig jaar verscheen bij de Arbeiderspers, in de onvolprezen privé-domeinreeks, Jeugdherinneringen van de Russische schrijver Maxim Gorki (1868-1936). Ik kreeg het boek kado en was bijzonder blij met dit genereuze gebaar, want het was al weer tijden geleden dat ik een 'Dikke Rus' gelezen had. En met bijna 900 bladzijden is deze trilogie zeker dik te noemen, maar laat je hier niet door afschrikken, want ondanks de nogal rauwe en wrede inhoud leest het behoorlijk vlot weg.

Gorki betekent "de Bittere" en is het pseudoniem van Aleksej Maksimovitsj Pesjkov. Tegenwoordig wordt hij nauwelijks nog gelezen, maar dat is wel eens anders geweest. Hij heeft lange tijd de wind flink mee gehad, bijvoorbeeld omdat zijn carrière samenviel met de grote alfabetiseringscampagne in Rusland aan het einde van de 19e eeuw. Daarmee verdubbelde het aantal potentiële lezers en werd hij de meest gelezen schrijver van zijn generatie. Hij was een schrijver uit het volk en van het volk, de grondlegger van het sociaal-realisme. Door zijn politieke bemoeienissen is hij tamelijk omstreden. Hij was een steunpilaar van Lenin en protegé van Stalin, gelauwerd als staatsschrijver van de Sovjet Unie, zijn geboorteplaats Nizjni Novgorod is tussen 1932 en 1990 "Gorki" genoemd als eerbetoon. Het heeft hem allemaal niet geholpen, want ook hij stierf uiteindelijk onder verdachte omstandigheden.


Het autobiografische Jeugdherinneringen is geschreven tussen 1912 en 1922 en bestaat uit drie delen.
In deel 1 Kinderjaren beschrijft Gorki, die op 10-jarige leeftijd weeskind werd, hoe hij opgroeide bij zijn sadistische, tirannieke grootvader en zijn goedmoedige, bijgelovige grootmoeder. Het is een harde, nare wereld vol geweld, achterdocht, drankmisbruik, vernedering en tegenslag. Iedere vorm van menselijkheid lijkt afwezig en niemand is te vertrouwen.
In deel 2 Onder de mensen moet de 14-jarige Gorki voor zichzelf zorgen en heeft allerlei baantjes, zoals loopjongen, bordenwasser op een schip en leerling in een iconenatelier (dit klinkt braver dan het is).
Deel 3 Mijn universiteiten vertelt zijn belevenissen als jongeman in Kazan, tussen prostituees, havenarbeiders, anarchisten en alcoholisten.

Kortom een jeugd vol afzien en ontbering, die je niemand zou toewensen, maar die een rijke bron van inspiratie en levenslessen vormde voor deze jongen, die al vroeg beseft dat hij schrijver wil worden en een intense drang heeft de gedragingen van de mens te willen begrijpen.

Het boek is interessant en leerzaam door de beschrijving van de Russische samenleving van voor de revolutie van 1917. Aan de ene kant kun je zeggen dat die cultuur, de wereld van toen, totaal verdwenen is. Aan de andere kant kun je duidelijk parallellen herkennen met het huidige Rusland onder Poetin. De volksaard lijkt niet veranderd en er zit een zekere tragische regelmaat en terugkeer in de geschiedenis van Rusland. Dictators, corruptie, oorlog, armoede, alcoholisme, hebzucht en revoluties.

vrijdag 10 januari 2014

Shaleman


Op een van de fossielen in de Burgess Shale* vitrine van Naturalis is een hoofdje zichtbaar. Mijn collega Olivier maakte me er op attent. Een mannenhoofdje met een tamelijk geprangde uitdrukking. Je hoeft niet eens zo goed te kijken, en op een bepaalde manier komt hij ook bekend voor. Wie was dit ook al weer? De meningen zijn verdeeld.

Zelf zie ik er een figuur in zoals je die tegenkomt op vroegmiddeleeuwse schilderijen. Een martelaar, een pelgrim, een pilaarheilige of misschien wel zo'n oudtestamentische profeet. Een enkeling vindt dat hij op Erasmus lijkt, vanwege het mutsje. Maar daar kan ik mij niet in vinden. Die had geen baardje en ziet er altijd erg tevreden uit op de afbeeldingen die er van hem zijn.


Anderen vinden hem meer op Lincoln lijken, en inderdaad, de overeenkomst is evident. Maar wat moet Lincoln in de vitrine van de Burgess Shale? Waarom zou hij uitgerekend daar verschijnen?


Tenslotte was ik eruit: het is natuurlijk Darwin! Een baard en een gekwelde blik, en wat betreft de Burgess Shale fossielen heeft hij daar ook alle reden toe. Die vormen namelijk ruim 100 jaar na hun ontdekking nog steeds een dilemma voor het Darwinisme. Er zijn namelijk geen evolutionaire voorlopers van deze vreemde diertjes uit de Cambrische periode bekend. Het is een raadsel waar zij ineens vandaan kwamen met z'n allen.



* De dieren van de Burgess Shale leefden zo'n 530 miljoen jaar geleden op de zeebodem voor de westkust van Laurentia (Noord-Amerika). De versteende resten van deze dieren vertellen het bijzondere verhaal van de toenmalige grote diversiteit aan dierlijk leven. Een aantal van hen zijn verre voorouders van nu levende soorten, waaronder de gewervelden en dus ook de mens. In de Burgess Shale zijn afdrukken van de zachte delen van de dieren bewaard gebleven. Dit is zeldzaam. Meestal worden alleen harde delen van een fossiel teruggevonden. In zijn boek Een kleine geschiedenis van bijna alles noemt Bill Bryson deze fossielen "de heilige graal van de paleontologie".

Het fossiel met het gezichtje is die van een pirania, een spons. Het is ongeveer 2,5 bij 2,5 cm groot.

dinsdag 7 januari 2014

De Sez Ner trilogie


De vormgeving van de SezNer trilogie (Bezige Bij, 2013) was voor mij al onweerstaanbaar: drie dunne deeltje in frisse kleuren, bij elkaar zo'n 250 bladzijden, met een papieren bandje eromheen. Ik kon het niet laten liggen.

De inhoud is ook bijzonder. In een groot aantal zeer korte stukjes geeft de Zwitserse schrijver Arno Camenisch (1978) ons een beeld van het leven in een nogal afgelegen dorpje, hoog in de Alpen. Zijn impressies zijn levendig, de zinnen kort en droog.

Deel 1, Sez Ner, beschrijft het wel en wee van vier boerenknechten op een berg gedurende een zomer. De alcohol vloeit rijkelijk. Een ruw bestaan, dicht bij de dieren. In deel 2, Achter het station, zijn twee broertjes de hoofdpersonen. Zij leven in het kleine dorp, omringd door allerlei kleurrijke figuren. In deel 3, De laatste, keren enkele personen uit de voorgaande delen terug. Op een avond in het rokerige dorpscafé halen zij verhalen en herinneringen op, waarbij weemoed en alcohol hand in hand gaan.

Deel 2 vond ik zelf het leukst. Het wordt beschreven vanuit het perspectief van de kinderen. Het is vrolijk, argeloos en soms absurd. Nu en dan moest ik even aan het dorp van Asterix denken. Of aan de kinderen van het dorpje in de Oostenrijkse Alpen waar ik dit jaar op vakantie was. Die hebben ook zo’n bijzondere jeugd en groeien op in een overweldigende omgeving tussen bergen en bossen. Ze spelen, werken bij de boeren, rijden op de Haflingers. Beleven een vrolijk soort katholicisme met bergmissen waarbij op de alpenhoorns wordt geblazen en een kanon afgeschoten, gezamenlijk schnaps achteraf en de lokale fanfare toetert. Het boekje is een verademing vergeleken met de jeugdherinneringen van Gorki, die ik tegelijkertijd las. Wat een contrast! Bruut en ellendig. Hierover later meer.

Deel 1 sprak mij nog het minste aan. Maar misschien moest ik toen nog wennen aan de vreemde stijl en sfeer van dit boek, die ik eigenlijk met niets anders kan vergelijken. Achteraf denk ik dat het misschien het leukst is om de drie deeltjes door elkaar te lezen. Het verdient ook aanbeveling om telkens slechts een paar stukjes tegelijk te consumeren en de neiging tot doorlezen te onderdrukken.

zaterdag 4 januari 2014

De terugkeer van de Wolf van Luttelgeest


Gisteren beleefde ik de comeback van een Bekende Nederlander: de Wolf van Luttelgeest.

Zij werd geprepareerd door Bas Perdijk in de LiveSciencezaal van Naturalis. Bezoekers mochten daarbij aanwezig zijn en er werd goed gebruik gemaakt van deze bijzondere gelegenheid. De wolf in kwestie was het afgelopen jaar veelvuldig in het nieuws en het onderwerp van veel discussie.
Ook bekend als de Komkommerwolf.





De schedel was voor een groot deel verbrijzeld. Met kunststof en een soort klei werd de zaak hersteld.




Bas Perdijk leverde weer een mooi staaltje vakmanschap.

donderdag 2 januari 2014

Inside Llewyn Davis


Llewyn Davis is een loser en een klaploper, maar bovenal een folkartiest, hoewel niet zo'n succesvolle. Hij is niet bijster sympathiek en heeft daarbij een talent voor verkeerde beslissingen. Het lot is hem meestal niet gunstig gezind, zoals overigens vaker het geval is bij de hoofdpersonen in films van de gebroeders Joel en Ethan Coen. In hun laatste productie (2013) volgen wij een week uit het slordige en moeizame leven van Llewyn Davis (gespeeld door Oscar Isaac), het is dan 1961 en het folkgenre staat in het algemeen niet erg hoog aangeschreven. Maar dit is Greenwich Village, een buurt van Manhattan met lokale clubs die een soort thuishonk vormen voor folkmuzikanten- en liefhebbers. Het is een merkwaardig stel bij elkaar, de Coens zijn altijd erg raak in hun typeringen, maar gelukkig wordt deze scene niet echt belachelijk gemaakt in de film. Sterker nog, net als eerder bij O Brother where art thou (2000) werd er een prachtige soundtrack uitgebracht, waarop al de oude folksongs uit de film verzameld zijn. Deze songs vormen (uiteraard) een belangrijk onderdeel van de film en opvallend is dat ze dit keer echt door de acteurs, o.a. Justin Timberlake, zijn ingezongen.


Ook verder is er eigenlijk niets mis aan deze mooie tragikomedie. De casting is perfect en het verhaal wordt sfeervol en met oog voor detail verteld, met veel winterse grauwe grijstinten. De kijker wordt heen en weer geslingerd tussen gevoelens van leedvermaak en compassie voor onze antiheld met zijn tegenslagen. Het is een zwerftocht, zowel in de realiteit als door het innerlijk leven van Llewyn Davis. De Coens hebben altijd een laagje meer. En als je, zoals ik, hebt genoten van hun andere films zoals The Big Lebowski, Fargo en O Brother Where Art Thou, dan mag je ook deze zeker niet missen.